Dagelijkse blootstelling aan schadelijke stoffen tijdens zwangerschap groot risico voor kind, stelt Gezondheidsraad

adviesWECF: Preventief beleid dringend nodig, verder uitstel van maatregelen niet acceptabel!
Deze week verscheen het langverwachte advies van de Gezondheidsraad over gezondheidseffecten van prenatale blootstelling aan chemische stoffen[1].  De Gezondheidsraad vindt dat de Nederlandse overheid meer moet doen om schadelijke effecten van chemische stoffen op te sporen, waarbij de nadruk moet liggen op de gevaren van die stoffen voor de ontwikkeling van het kind tijdens de zwangerschap.

De Gezondheidsraad zegt “Chemische stoffen kunnen de ontwikkeling van het immuunsysteem, het hormoonsysteem en het zenuwstelsel van het ongeboren kind verstoren en dat kan ingrijpende en levenslange gevolgen hebben”.  Het internationale vrouwen- en milieunetwerk WECF ziet dit rapport als een duidelijk signaal dat er dringend actie moet worden ondernomen om zwangere vrouwen en kinderen te beschermen tegen mogelijke gezondheidsgevolgen van prenatale blootstelling, ook wat betreft de chemische stof BPA, waarmee iedereen bijna dagelijks in aanraking komt.

WECF is verheugd over de aanbevelingen van de  adviescommissie van de Gezondheidsraad, die jarenlang aan dit rapport heeft gewerkt. Met name het advies om de testmethoden en normstelling aan te passen aan de grote gevoeligheid van het ongeboren kind voor verstoring van de ontwikkeling van zijn organen, van zijn zenuwstelsel en hormoonsysteem. Met de huidige toxicologische tests blijven die risico’s onderbelicht.

Sascha Gabizon, directeur van WECF, zegt: “De ouders van de 180.000 baby’s die jaarlijks in Nederland worden geboren, willen voor hun kind een gezonde start in het leven. Als er volgens dit advies mogelijke risico’s voor de gezonde ontwikkeling zitten aan bepaalde stoffen waaraan we nu worden blootgesteld, dan moet preventie van die risico’s voor het ongeboren kind de hoogste prioriteit krijgen.  Zeker  wat betreft de chemische stoffen BPA,  perfluorverbindingen en organofosfaten, waarmee iedereen bijna dagelijks in aanraking komt via o.a. voeding, voedselverpakkingen, kleding en keukengerei. De Gezondheidsraad zegt dat blootstelling voor BPA en organofosfaten op een niveau liggen waar in studies schadelijke effecten worden gevonden[2]”.

WECF zet echter vraagtekens bij het feit dat de Gezondheidsraad dit belangrijke advies naar buiten brengt op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen, als de aandacht van pers en politiek volledig in beslag zijn genomen door de verkiezingsuitslagen. Een slechtere timing had niet bedacht kunnen worden.

Bovendien wekt het volgens WECF verbazing dat de Gezondheidsraad tegelijk met het rapport “risico’s van prenatale blootstelling” ook een adviesbrief uit heeft gebracht  over BPA – Bisfenol-A[3], waarin ze stellen dat vervanging van BPA voorlopig niet raadzaam is’. Het persbericht van de Gezondheidsraad combineert beide zaken. De adviesbrief over BPA is eigenlijk in tegenspraak met de consequenties die volgen uit het rapport “Risico’s van prenatale blootstelling”.

In het rapport staat namelijk dat recent wetenschappelijk onderzoek naar BPA  ‘echter wel reden tot zorg over het risico door prenatale blootstelling’ geeft. Ook stelt het rapport dat ‘er zeker mogelijkheden zijn voor inperking van BPA’.[4] Blootstelling aan BPA is zo dagelijks en algemeen dat onderzoek uitwijst dat de grote meerderheid van de bevolking in Europa en Amerika deze stof aantoonbaar in het lichaam heeft. De adviescommissie wijst erop dat de concentratieniveau’s in de urine van Nederlandse vrouwen ook reden geven tot zorg[5].

WECF uit kritiek op de adviesbrief omdat er inmiddels zoveel over BPA’s gezondheidsrisico’s bekend is, en dat verder uitstel van maatregelen niet acceptabel is. Bovendien wordt de terughoudende opstelling in de adviesbrief gelogenstraft door het deze week verschenen unanieme oordeel van de commissie van het Europese Chemische Agentschap (ECHA), dat BPA zwaarder geclassificeerd moet worden als een reprotoxische stof. De beoordelingscommissie van ECHA noemt als reden voor zwaardere beoordeling van BPA dat er keiharde bewijzen uit onderzoek zijn dat de stof schadelijke effecten heeft op seksuele functies en vruchtbaarheid[6].  “Ook al zijn de BPA-analogen nog niet voldoende onderzocht op veiligheid, er zijn veel andere mogelijkheden om materialen met BPA te vervangen” zegt Gabizon; “Dat moet ook met spoed door Nederland in de EU worden bevorderd, zegt de commissie van de Gezondheidsraad in de advies brief. Maar het persbericht laat dit onderdeel van het advies achterwege. Daarmee lijkt het BPA advies gericht op het voorlopig achterwege laten van actie en zet beleidsmakers op een verkeerd been.”

Gabizon: “Het lijkt tekenend voor de momenteel wat lakse en afwachtende instelling in kringen van het Milieu en Gezondheidsbeleid als het gaat om preventie van schadelijke chemische blootstelling. Korte termijn belangen van het bedrijfsleven lijken nog steeds zwaarder te wegen dan de gezondheid van onze kinderen”.