Coassistent onderzoekt patiënt maar half

kwaliteit-200x187Geneeskundestudenten voeren zelfs na het coschap interne geneeskunde het algemene lichamelijk onderzoek niet volledig uit. Dat tonen onderzoekers van het Radboudumc aan (BMC Med Educ. 2014;14:73).

Diverse studies onthullen een ondermaatse kwaliteit van het lichamelijk onderzoek bij veel praktiserende artsen. Catherina Haring en collega’s vroegen zich af op welk moment dit fout gaat. Leren studenten het onderzoek wel goed?

De auteurs filmden 100 coassistenten tijdens het uitvoeren van een compleet lichamelijk onderzoek bij een proefpatiënt. Alle studenten waren net klaar met het coschap interne geneeskunde en moesten het onderzoek uitvoeren zoals zij dat geleerd hadden, onder andere in een voorbereidend klinisch blok. Een arts beoordeelde de kwaliteit van het lichamelijk onderzoek aan de hand van een checklist met 59 onderdelen. Deze checklist is door de auteurs opgesteld en was nog geen onderdeel van het lesprogramma.

Gemiddeld deden de studenten 36 van de 59 onderdelen (60%). Auscultatie van het abdomen scoorde het best: alle studenten luisterden naar de buik en 82% deed dit op de juiste manier. Alle co’s inspecteerden mondholte en farynx, maar dit onderdeel werd het slechtst uitgevoerd (9% adequaat). Niemand bepaalde de kracht van de onderste extremiteiten. De studenten voerden ook een aantal items uit die niet op de checklist stonden. Zo controleerde 81% de doorgankelijkheid van de neus.

De auteurs maken zich zorgen over de kwaliteit van het lichamelijk onderzoek door de co’s, dat blijkbaar bij het aanleren hiervan al mis gaat. Het ontbreken van observatie door opleiders lijkt een grote oorzaak van de slechte prestaties. ‘Meekijken bij het lichamelijk onderzoek zou verplicht moeten zijn en niet optioneel’, stellen de onderzoekers dan ook.

Bron: NTvG/Puck America