Haal de behandeling van verpleeghuisbewoners uit de AWBZ

denken piekeren hoofdBLOG/Wilco Achterberg, hoogleraar Ouderengeneeskunde
‘Stop de medicalisering!’ is een regelmatig terugkerende kreet als het gaat om de zorg en behandeling van mensen in een verpleeghuis. De redenatie is steeds dezelfde: mensen wónen in het verpleeghuis, en wat moet een behandelteam nou in je woning?

De argumenten tegen medicalisering gaan natuurlijk dieper: mensen die in het verpleeghuis wonen, hebben geen kans meer op genezing. Alles moet dus draaien om een goede kwaliteit van leven. We leven nu weer in een tijd waarin men de medicalisering weer graag wil stoppen. Ik hoorde van een hoofd medische dienst dat een locatie-manager aan haar vroeg of er niet een kwart van de formatie van de psychologen afkon, omdat ook verzorgenden prima een praatje met de bewoner konden houden…

Wanneer je in een verpleeghuis wordt opgenomen voor langdurige zorg, vallen de behandeling door je primaire arts (geen huisarts, maar een specialist ouderengeneeskunde), medicatiekosten, kosten voor laboratoriumonderzoek en paramedische behandelingen opeens niet meer binnen je zorgverzekering, maar binnen het AWBZ-dagtarief.

Nergens is men zo zuinig met medicatie als in een Nederlands verpleeghuis
Voor elke bewoner is, op basis van zijn zorgzwaartepakket, per dag een vast bedrag beschikbaar voor zorg (binnen het verpleeghuis) én zaken als voeding, dagactiviteiten enzovoorts. Dat bulkbedrag geeft managers van verpleeghuizen de ruimte om naar eigen inzicht behandeluren in te ruilen voor andere activiteiten.

Het brengt mij op twee punten, die ik graag wil toelichten:

  1. er is geen sprake van medicalisering, maar er is wel een grote medische behoefte, en
  2. de behandeling van verpleeghuisbewoners moet uit de AWBZ

1) Geen medicalisering, wel een medische behoefte
Behandelaren in het verpleeghuis hebben twee belangrijke doelstellingen: de zelfredzaamheid van de bewoners zoveel mogelijk behouden, en hun kwaliteit van leven optimaliseren.

De discussie hoe je iemand noemt die in het verpleeghuis verblijft (patiënt, bewoner, cliënt, individu, mens) wordt vaak gebruikt om de medicaliseringsdiscussie op te stoken. Feit is dat ingang in de AWBZ primair medische redenen kent. Er is niemand die het verpleeghuis uitkiest als woonomgeving: het indicatieorgaan (CIZ) kijkt of er een medische indicatie is. Het is voor de persoon zelf en zijn naasten dan ook altijd een onvermijdelijke oplossing, nooit een gewenste. Het gaat niet meer thuis. De gedragsproblemen, de behandelingen en zorg zijn zo intensief geworden, dat de mantelzorg inclusief steunsystemen van thuiszorg, casemanager, huisarts en ziekenhuis geen menswaardig leven thuis meer kunnen garanderen voor de betreffende persoon.

Daarom neigen behandelaren ertoe die persoon patiënt te willen noemen. Wij behandelaren gaan actief aan de slag om de lichamelijke, functionele, communicatieve en psychische beperkingen/problemen aan te pakken. En helaas vereist dat meestal een langdurige behandelcyclus, waarin we de verpleging/verzorging hard nodig hebben.

In Nederland zijn we gelukkig wel in de situatie dat die behandelaren geen curatieve, conservatief medische bril op hebben. Kwaliteit van leven en kwaliteit van sterven zijn de belangrijkste doelen van de behandeling. In landen waar er geen behandelteam in het verpleeghuis aanwezig is, zien we dat het aantal onnodige en levensverziekende ziekenhuisopnames tot wel 20 maal hoger is. Dát is pas medicalisering: diep dement sterven op de IC van een ziekenhuis…

Behandelingen in Nederlandse verpleeghuizen zijn gericht op comfort, op behoud van functies waar dat mogelijk en wenselijk is, en ook op een waardig, comfortabel sterfbed. De integratie van het behandelteam in het verpleeghuis en de specialist ouderengeneeskunde als lid van dat team hebben juist gemaakt dat er veel minder medicalisering is.

2) Behandeling verpleeghuisbewoners moet uit AWBZ
Het integreren van álle kosten voor verpleeghuisbewoners, ook die van de behandeling, heeft vele goede spin-offs gehad: het integrale behandelbeleid heeft geleid tot een goede kwaliteit van zorg, minder medicalisering (ziekenhuisopnames) en ook een groot kostenbewustzijn. Medicatie wordt nergens zo zuinig voorgeschreven als in het verpleeghuis in Nederland. Deze winst moeten we behouden, maar het mag niet zo zijn dat deze winst te grabbel gegooid wordt in lokale onderhandelingen.

Hoeveel behandeling iemand nodig heeft om een goede kwaliteit van leven te krijgen of behouden, mag nooit afhangen van lokale onderhandelingen tussen management en behandeldienst. Het is daarom goed als de zaken die in de thuissituatie binnen de zorgverzekeringswet worden vergoed, ook vergoed worden als iemand in een verpleeghuis verblijft.

Het is intensief, vanwege de complexiteit van de problematiek, maar een goede behandeling van de allerkwetsbaarsten is een recht waarvoor een zorgverzekering is afgesloten en waar premie voor is betaald. Ongelijkheid tussen thuiswonenden en in het verpleeghuis verblijvende zorgvragers wordt met dit voorstel opgelost. En er zullen minder mensen sneuvelen doordat noodzakelijke behandeling wordt vervangen door het inhuren van André Rieu.

Bron: LUMC