Medische staf en directie Diakonessenhuis in conflict over veiligheid van patiënten

0
722

In het Diakonessenhuis in Utrecht hebben artsen met de directie ruzie over de veiligheid van patiënten. Afgelopen twee jaar hebben zich  25 tot 30 calamiteiten voorgedaan die ook allen zijn gemeld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). En al zeker drie jaar wordt er geruzied over calamiteiten en veiligheidsprotocollen. Volgens de NOS wil IGZ wil dat het ziekenhuis een extern onderzoek laat doen naar wat er mis is. Dat meldt de NOS zaterdagavond. Daar is op de website van de IGZ nog geen melding van.

Vooral de chirurgen zijn in conflict met directie, de snijdend specialisten zouden de regels niet goed naleven. Eind mei 2013 is IGZ door de directie op de hoogte gesteld van de misstanden in hun ziekenhuis. Volgens de directie van het ziekenhuis worden er fouten gemaakt, is er sprake van falende communicatie en worden calamiteiten zelden door de specialisten zelf herkend, erkend en gemeld. Toch wijkt het aantal vermijdbare sterftes in het Diakonessenhuis niet af van het gemiddelde. De medische staf verwijdt de directie te zorgen voor een angstcultuur.

Meetbaar Beter hartoperatie Isala in ZwolleDe directie heeft inmiddels de leiding van het OK-centrum tijdelijk van zijn functie ontheven en twee interim-managers benoemd, die direct aan de directie rapporteren. De IGZ wil dat het ziekenhuis een extern onderzoek laat doen naar de wantoestanden.  Het ziekenhuis zelf presenteerde gisteren een verbeterprogramma voor veilige zorg

Diakonessenhuis lanceert verbeterprogramma veilige zorg
In Nederland overlijden nog altijd patiënten in ziekenhuizen terwijl dat niet nodig is. Uit recent onderzoek (Nivel, 2013) blijkt dat het nog altijd circa 800/900 patiënten per jaar betreft, verdeeld over alle ziekenhuizen en klinieken in Nederland. Ook in het Diakonessenhuis komt zogenaamde ‘vermijdbare sterfte’ voor. Het aantal vermijdbare sterftes in het Diakonessenhuis wijkt niet af van die van andere vergelijkbare ziekenhuizen. Toch wil het Diakonessenhuis de onnodige sterfte verder terugdringen. Daarom heeft het ziekenhuis in mei 2014 een verbeterprogramma gelanceerd. Dit programma is gericht op het optimaliseren van patiëntveiligheid.

Zorgvuldig samengesteld programma
Interne en externe deskundigen op het gebied van patiëntveiligheid en kwaliteitssystemen hebben nadrukkelijke inbreng gehad in de samenstelling van het programma. Voorzitter Raad van Bestuur Rob Florijn: “We hebben het verbeterprogramma gebaseerd op goede ervaringen van collega-ziekenhuizen in binnen en buitenland. Diverse onderdelen van het programma zijn besproken met de Inspectie voor de Gezondheidszorg.”

Pakket maatregelen
Het verbeterprogramma bestaat uit de onderstaande onderdelen:

  • Een permanente 100%- analyse. Dit houdt in dat de dossiers van alle ziekenhuis sterfgevallen door het ziekenhuis systematisch diepgaand worden geanalyseerd met als doel verbeteringen te vinden en door te voeren.
  • Er wordt een trainingsprogramma voor zorgprofessionals ingevoerd dat aantoonbaar tot minder sterfte heeft geleid op de Intensive Care van het Radboudumc in Nijmegen.
  • De uitvoering van onderzoek naar incidenten met ernstige schade voor patiënten wordt zodanig verbeterd dat er sneller en beter van de uitkomsten wordt geleerd.
  • De ziekenhuisbrede besprekingen over sterfte, schade en complicaties worden geïntensiveerd op basis van de goede ervaringen hiermee in de afgelopen maanden.
  • Elke dag vindt er met alle betrokken medisch specialisten een ziekenhuisbrede overdracht plaats van alle kwetsbare patiënten.
  • Op de werkvloer in en om het operatiecomplex wordt gestart met een intensief verbeterprogramma. Hiervoor is externe deskundigheid aangetrokken. Het programma duurt circa drie maanden en richt zich op zorgvuldig werken, leren van fouten en verbetering van communicatie en samenwerking.
  • Patiënten worden zorgvuldig verdeeld over beide operatielocaties Zeist en Utrecht. Hierdoor worden ook de werkzaamheden voor de medewerkers beter verdeeld. Dit leidt tot meer aandacht voor de patiënt en betere zorg.

Na drie maanden wordt de eerste evaluatie van het programma uitgevoerd.