IGZ en GGZ De Hoop geven kinderpornopsychiater tweede kans maar ten koste van patiënten

0
2254

GGZ-instelling De Hoop in Dordrecht is een GGZ-instelling die hulp biedt met een christelijke grondslag. De veroordeelde Nijmeegse psychiater werkt daar met verslaafde volwassenen op twee locaties, zo laat De Hoop laat maandag in De Volkskrant en het Nederlands Dagblad weten. De Hoop zegt dat bij hen en IGZ bekend was dat de in 2012 voor kinderporno veroordeelde psychiater Van R. in dienst is. Het bestuur van De Hoop zegt vanaf het begin op de hoogte te zijn van zijn strafblad maar had haar bewoners en cliënten hierover niet ingelicht. De Hoop vindt dat de arts een tweede kans verdient maar zegt in het Nederlands Dagblad ook dat het, achteraf gezien, niet handig was cliënten er niet over in te lichten.

Klik op afbeelding om deze te vergotenPatiënten maanden blootgesteld en in de kou gezet
De GGZ-instelling heeft inmiddels alle medewerkers en cliënten van de psychiater ingelicht over zijn veroordeling. Volgens een cliënt, die aanwezig was bij een bijeenkomst, leidde de bekentenis van de psychiater tot hevige emoties bij zowel zijn directe collega’s als bij patiënten. Ook bij de voormalige werkgever van Van R. was dit het geval.

De Hoop zegt de Inspectie voor de Gezondheidszorg te hebben betrokken in de aanstelling van psychiater Van R.. IGZ stelde dat Van R. onder strikte voorwaarden zijn beroep mocht blijven uitoefenen. Hij mocht geen jongeren of slachtoffers van seksueel misbruik behandelen. Volgens De Hoop is het besluit Van R. aan te nemen, genomen binnen het wettelijk kader en na intensief overleg met de Inspectie.

Janine Budding van MedicalFacts is verbaasd: “IGZ heeft, zonder de gebruikelijke tussenkomst van een tuchtrechter, beperkingen aan de psychiater opgelegd, die niet zijn gewogen door de tuchtraad en die daardoor niet in het BIG-register zichtbaar zijn. Het had op de weg van de verwachting gelegen dat de IGZ, op basis van het vonnis en een intern rapport van de voormalige werkgever en in het kader van de aanscherpingen na de zaak Jansen Steur en de Osse Huisarts, direct een tuchtzaak was gestart. De IGZ had de beschikking over een uitgebreid onderzoekrapport van de voormalige werkgever van Van R.. De redactie van MedicalFacts heeft ook de hand weten te leggen op dit rapport met Kenmerk IGZ 2012-462942/45280/p9/KK/bvv [zie brief van de IGZ aan De Nieuwe Lente]. Uit dit rapport blijkt dat patiënten ernstige schade hebben ondervonden en ook de handelswijze van Van R. en zijn behandelaar Van Z. zijn discutabel en mogelijk zelfs een overtreding van de tweede tuchtnorm.

De onderzoekscommissie van De Nieuwe Lente stelt in het rapport:

In juli 2012 kreeg de directie van De Nieuwe Lente uit het netwerk XXXXXXXXXXXXXXX dat partner in de maatschap psychiater Van R. in verband te brengen zou zijn met kinderporno. XXXXXX en XXXXXX hebben Van R. aangesproken op de signalen uit het veld, en hebben hem gevraagd of de geruchten klopten en of hij degene was die bedoeld werd met de ’42-jarige psychiater uit Nijmegen’ waar verschillende media melding van maakten. Van R. ontkende.

Op 1 november zijn er opnieuw aanwijzingen dat de geruchten over Van R.’s betrokkenheid bij kinderporno klopten. Na een tweede confrontatie gaf Van R. toe inderdaad veroordeeld te zijn voor het bezit van kinderporno. Van R. is in 2009 getraceerd door de KLPD en er heeft in januari 2009 een inval plaatsgevonden binnen het privédomein van Van R.. De psychiater is in maart 2012 veroordeeld en kreeg een taakstraf van 240 uur opgelegd en een jaar voorwaardelijk. Van R. ondergaat bovendien een gedwongen behandeling tegen kinderpornoverslaving bij Van Z..

De IGZ meldt aan De Hoop dat Van R. onder strikte voorwaarden zijn beroep mag blijven uitoefenen. Gruijter stelt dat de psychiater intensief wordt begeleid en dat is afgesproken dat hij niet werkt met kinderen of slachtoffers en plegers van seksueel geweld.

In het vonnis kunnen we lezen welke voorwaarden dat betrof:

 voorwaarden

Het vonnis maakt ook melding van verzachtende omstandigheden ten aanzien van de psychiater maar heeft geen uitspraak gedaan ter bescherming van toekomstige cliënten van psychiater Van R.. Tussen 2009 en uitspraak 2012 zijn cliënten, die door Van R. werden behandeld, benadeeld. Zo lezen we in het interne rapport van de voormalig werkgever:

 Zowel cliënten als De Nieuwe Lente bleken benadeeld door het voorval. Uit een-op-een gesprekken met cliënten, die XXXXXX en XXXXX op twee zaterdagen na de bekentenis van Van R. gevoerd hebben, kwam namelijk naar voren dat de behandeling door Van R. in enkele gevallen niet optimaal was. Cliënten gaven bovendien aan dat hun vertrouwen in de hulpverlening in het algemeen en in Van R. in het bijzonder behoorlijk beschadigd was.

Het vonnis houdt alleen rekening met de psychiater en deze hoeft niet naar De Waag voor de verplichte behandeling die is opgelegd door de rechter:

vonnis r 2

En over die behandeling en behandelaar, Van Z., die Van R. behandelde in het kader van de verplichte behandeling wegens de veroordeling voor het zedenmisdrijf, lezen we het volgende in het rapport van de voormalig werkgever:

 

Verder speelt dat een aantal medewerkers zich zorgen maakt over de rol van de heer Dr. van Z. in dit verhaal. Van Z. is klinisch psycholoog te L. met een specialisatie in de seksuologie. Van R. is bij de heer Van Z. onder behandeling gegaan na de politie-inval waaruit uiteindelijk de veroordeling is gevolgd.

De heer van Z. heeft eind 2010, begin 2011 wegens drukte vijf cliënten doorverwezen naar Van R. De desbetreffende cliënten die specifiek naar Van R. werden verwezen, hadden seksueel gerelateerde problematiek (bijvoorbeeld internetpornoverslaving). Een aantal medewerkers van De Nieuwe Lente vond dit getuigen van onethisch handelen. Van R heeft volgens een van de ondervraagde medewerkers aangegeven dat hij het zelf ook een onhandige zet vond van hemzelf en van Van Z.

Toen de heer van Z. hoorde dat De Nieuwe Lente de samenwerking met Van R. had opgezegd, heeft hij XXXX benaderd en hem te kennen gegeven dat De Nieuwe Lente Van R. volgens hem te hard aanpakte. Van Z. dreigde zelfs ‘zijn cliënten’ terug te halen. In een tweede gesprek heeft XXXXX van Z. gemeld dat De Nieuwe Lente een onderzoek zou gaan uitvoeren, waarna van Z. enigszins inbond.

De medewerkers die het voorval met de heer van Z. aanhaalden, gaven aan het op prijs te stellen dat dit bekend werd gemaakt bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Desondanks deze ernstige meldingen van ex-collega’s, besluit de IGZ toch dat Van R. gewoon een tweede kans verdient zonder tussenkomst van de tuchtrechter en zonder te handelen in het belang van toekomstige patiënten van Van R..

Uit het rapport blijkt ook dat Van R. een laptop van zijn voormalig werkgever, zonder instemming toe-eigende. Bij punt 6.C lezen we:

Ook is het in dit kader vermeldenswaardig dat Van R. nog steeds een laptop in zijn bezit heeft die feitelijk eigendom is van De Nieuwe Lente. XXXXXX heeft Van R. herhaaldelijk verzocht de laptop in te leveren, maar dat wil Van R. niet. Naar eigen zeggen omdat daar materiaal op staat m.b.t. de rechtszaak en de schikking met De Nieuwe Lente dat hij niet wil delen. Van R. heeft aangeboden de laptop van De Nieuwe Lente over te kopen, een voorstel waar XXXX niet op ingegaan is.

Van R. heeft tot op de dag van vandaag, deze laptop met materiaal m.b.t. de rechtzaak niet geretourneerd.

Uit het rapport van de voormalig werkgever blijkt tevens twijfel over het functioneren van de psychiater:

…..in zijn behandeling combineerde Van R. vriendelijk en vaak professioneel gedrag met een behoorlijke mate van chaotisch handelen. Bovendien ontweek hij problemen van seksuele aard geregeld, waardoor menig behandeling niet zo effectief is geweest als ze had kunnen zijn.

Een groot aantal van Van R.’s dossiers bleek niet volledig of niet te bestaan, hij zag cliënten op ongebruikelijke uren en dagen en had weinig of een slechte systematiek in zijn werkzaamheden. Ook merkte een aantal collega’s op dat Van R. geen einddoel voor ogen had en geen behandelplan had opgesteld. Enkele van zijn ex-collega’s geven in het rapport aan dat hij hier en daar steken heeft laten vallen in de behandeling van zijn cliënten. Aan de ene kant doordat hij niet doorvroeg naar de problemen van seksuele aard waar dat wel had gemoeten, aan de andere kant doordat hij soms te veel doorvroeg op een issue dat niet van belang was voor de behandeling.

Zo gaf een van de bevraagden het voorbeeld van een cliënt van Van R. die goed op de hoogte was van de opsporingsmethoden m.b.t. pedofielen. Van R. toonde een bovenmatige interesse hierin. Toentertijd had de respondent die het voorbeeld aandroeg niet het idee dat Van R. hiermee een grens overschreed.

Al met al zijn cliënten van 22 maart 2012 tot en met 1 november 2012 blootgesteld aan deze psychiater die destijds zijn mond hield over zijn veroordeling. Daarnaast had voor de psychiater al op 20 januari 2009, ten tijde van de inval door de KLPD, duidelijk moeten zijn dat zijn gedragingen hem in problemen zouden kunnen brengen bij de behandeling van slachtoffers van kinderporno.

Klik op brief om afbeelding te vergroten.
Klik op brief om afbeelding te vergroten.

De IGZ laat in de brief weten, stukken te hebben ontvangen van De Nieuwe Lente. Dit betrof het onderzoeksrapport. Op de brief en het rapport ziet u het kenmerk van het rapport staan (zie afbeelding voorkant rapport en brief IGZ). Op basis van het rapport en de informatie uit de veroordeling kan de IGZ eenvoudig concluderen dat de veroordeelde psychiater ontoelaatbaar heeft gehandeld ten opzichte van zijn patiënten en ook de cliënten, die Van R van zijn behandelaar kreeg toebedeeld, om te behandelen. Van R. had moeten weigeren en behandelaar Van Z. had nooit een zakelijke relatie met Van R. moeten aangaan naast de rol van verplichte behandelaar.

Het is dan ook niet moeilijk te concluderen dat het wenselijk is, in een dergelijke kwestie, een tuchtrechter te vragen de zaak in behandeling te nemen. Nu kan de psychiater door blijven werken zonder door de tuchtrechter opgelegde beperking die daardoor zichtbaar wordt in het BIG register. Gezien de informatie over behandelaar van Van R. lijkt een betere controle op naleving van afspraken met de IGZ gewenst. Het lijkt erop dat de IGZ het initiatief van naleving teveel aan de veroordeelde psychiater en zijn nieuwe werkgever heeft overgelaten.

Ook zou je verwachten dat er bij veroordelingen bij zorgverleners met jonge kinderen, ook het AMK en jeugdzorg, standaard een preventieve en controlerende rol zouden moeten hebben. Dit om de voor kinderporno veroordeelde zorgverlener een goede nieuwe start te kunnen bieden na een veroordeling, zonder de indruk te willen wekken dat elke veroordeelde zedendelinquent slecht is en niet meer zou mogen werken in een zorginstelling. Iedereen verdient een nieuwe kans binnen de mogelijkheden die er zijn. De zorg is zeer complex en er dient ten alle tijden rekening te worden gehouden met zorgverlener en patiënten. Dat maakt dat soms mogelijkheden voor een tweede kans wat beperkter zijn dan voor iemand die niet in de zorg werkt. Een tuchtrechter is het beste in staat dat op juiste gronden te wegen. Het eigenhandige besluit van de IGZ om Van R. onder het toezicht van zijn huidige werkgever aan het werk te laten gaan is nu vooral slecht nieuws voor patiënten en wederom schadelijk voor het imago van de IGZ.

Janine Budding, MedicalFacts

UPDATE: ,,We gaan niet in op individuele casuïstiek.. Maar kunnen wel zeggen dat de inspectie sinds begin 2013 een scherpere koers vaart.  Als we weet hebben van een veroordeling van een arts, leggen we deze sinds begin 2013 altijd voor aan een tuchtrechter”, aldus Silvie de Peijper van de IGZ. ,zo laat IGZ weten aan het AD