Behandeling van parasitaire infectie faalt door aanwezigheid virus

0
414

Na de ebolacrisis laten andere virussen van zich horen in de onderzoekswereld. Wetenschappers toonden aan dat sommige parasieten uit de Amazonejungle een virus dragen dat hen helpt behandelingen te overleven. Het onderzoek werd uitgevoerd door wetenschappers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen (ITG) en collega’s uit de VS, Peru, Frankrijk en Zwitserland. De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in twee gelijktijdige studies in de Journal of Infectious Diseases.

leishmania - leishmania tropica.jpgd15978d9-81d0-42c7-839b-d32b1550f31dLargeInfecties met parasieten komen veel voor in ontwikkelingslanden. De protozoa-parasiet Leishmania infecteert bijvoorbeeld wereldwijd 12 miljoen mensen met leishmaniase, inclusief in Zuid-Europa.

“Over de gehele wereld is het behandelingsfalen een grote hindernis om infectieziekten zoals leishmaniase te bestrijden,” aldus prof. dr. Jean-Claude Dujardin, co-auteur van één van de studies, “Om de bestrijding te doen slagen, moeten we de factoren die bijdragen aan het behandelingsfalen beter begrijpen.”

“LRV1” is een grote boosdoener
Het zijn vooral zandvliegen die de Leishmania-parasiet verspreiden. Afhankelijk van de parasietsoort kunnen infectiesymptomen koorts, (open) huidletsels, gezwollen milt en lever, misvormingen en overlijden zijn.

De Leishmania-parasiet is soms drager van het “Leishmania-virus” of “LRV1”. Tijdens experimenteel onderzoek op dieren ontdekten wetenschappers dat de Leishmania-parasiet zwaardere infecties veroorzaakt als hij geïnfecteerd is met LRV1. Dit zette hen ertoe aan het effect op mensen te bestuderen.

De onderzoekers bestudeerden de Leishmania-parasiet in drie Zuid-Amerikaanse landen.

De eerste studie werd geleid door dr. Catherine Ronet van de Université de Lausanne in Zwitserland. Ze bestudeerde 75 patiënten uit Frans-Guyana. Bij 30 procent van de patiënten die geïnfecteerd waren met de Leishmania-parasiet die ook drager was van LRV1, faalde de behandeling. De behandeling was echter succesvol bij alle patiënten waarvan de Leishmania-parasiet niet drager was van het virus.

 

De tweede studie werd geleid door prof. dr. Steven Beverley van de Washington University School of Medicine in Saint-Louis, VS. Amerikaanse wetenschappers bestudeerden samen met collega’s uit Peru, Bolivië en België de gegevens van 97 patiënten met leishmaniase. Ze ontdekten dat de behandeling faalde voor 50 procent van de patiënten die geïnfecteerd waren met parasieten die drager waren van het LRV1-virus. De behandeling faalde slechts in 24 procent van de gevallen bij patiënten waarvan de Leishmania-parasiet niet drager was van het virus.

Wat betekent dit voor leishmaniase en andere parasitaire infecties?

Het uitgevoerde onderzoek kan leiden tot klinische testen om te herkennen of parasieten geïnfecteerd zijn met een virus. Dit kan artsen ertoe aanzetten indien nodig een combinatie van antivirale en anti-parasitaire geneesmiddelen voor te schrijven om de slaagkans van de behandeling te vergroten.

“In Peru komt leishmaniase veel voor bij mensen die in de land- en bosbouw werken,” aldus dr. Vanessa Adaui van de University Cayetano Heredia in Peru en hoofdauteur van de Peruaanse studie, “Medische materiaal is weinig beschikbaar in de gemeenschappen waarin deze mensen werken. Hoewel infecties vaak niet dodelijk zijn, leiden ze toch tot zware littekens, sociaal stigma en verlies van inkomsten.”

De wetenschappers onderzoeken nu hoe de behandeling van leishmaniase moeilijker gemaakt wordt door de virusinfectie. Volgens Beverly zou het kunnen dat de geïnfecteerde parasieten interageren met het immuunsysteem van de patiënten. Het is echter waarschijnlijker dat de verhoogde aanwezigheid van parasieten, opgejut door het virus, het moeilijker maakt de parasieten volledig uit te roeien met de bestaande behandelingen.

Volgens dr. Beverley zijn een aantal andere parasieten bij de mens drager van een virus dat lijkt op LRV1: “Als het effect van deze virussen op de parasieten gelijkaardig is dan kan dit onderzoek de deur openen naar nieuwe behandelingsmethoden voor andere parasitaire infecties in de toekomst.”

De publicaties: