Toedienen van bètablokkers voorafgaand aan dotterbehandeling heeft geen effect op uiteindelijke schade na hartinfarct

Eerder onderzoek toonde aan dat bij patiënten met acuut hartinfarct (ernstige vernauwing van de kransslagaders) het toedienen van bètablokkers voorafgaand aan de dotterbehandeling de kans op overleven verbetert, het risico op een nieuw hartinfarct of op levensbedreigende hartritmestoornissen vermindert en vergroting van het hart voorkomt.

“In een grote, dubbelblinde, gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde studie is nu voor het eerst onderzocht of het geven van intraveneuze bètablokkers voorafgaand aan de dotterbehandeling deze resultaten kunnen beamen. Helaas hebben we aangetoond dat dit niet het geval is”, aldus hoofdonderzoeker en cardioloog Vincent Roolvink van Isala Hartcentrum in Zwolle.

roolvinkDe zogenaamde Early-BAMI studie is gefinancierd mede door de Hartstichting en de firma Medtronic. De studie is gepubliceerd in de Journal of the American College of Cardiology. Cardioloog Vincent Roolvink heeft de studie op 3 april gepresenteerd als late breaking trial tijdens het ACC congres, waar cardiologen en hartspecialisten van over de hele wereld bij elkaar komen om de nieuwste ontdekkingen in behandelingen en preventie met elkaar delen.

Early-BAMI studie
In de Early-BAMI studie, uitgevoerd door Isala Hartcentrum in samenwerking met andere hartcentra in Nederland en Spanje, zijn 683 patiënten met symptomen van een acuut hartinfarct korter dan 12 uur gerandomiseerd voorzien van of een bètablokker of een placebo voordat ze een dotterbehandeling ondergingen. Dertig dagen na de dotterbehandeling is via een MRI vastgesteld wat de daadwerkelijke schade was aan het hartweefsel. Daarnaast zijn metingen verricht naar waardes van hartenzymen in het bloed en naar het aantal hartritmestoornissen. Ook is onderzocht of patiënten last hadden van een abnormaal lage hartslag, een abnormaal lage bloeddruk of een cardiogene shock (het hart kan het bloed niet meer goed rondpompen).

De resultaten laten zien dat er geen significant verschil is in uiteindelijke hartschade na 30 dagen (bètablokkers: gemiddeld 15,3% linker hartkamervolume, placebo: gemiddeld 14,9%). Ook zijn er geen significante verschillen tussen de twee groepen in de waardes van hartenzymen. Wel is er sprake van een statistisch significant verschil in aantal hartritmestoornissen, maar dit resulteerde niet in een klinisch significant verschil. Zestien patienten in de groep bètablokkers ervaart symptomen van een abnormaal lage hartslag, een abnormaal lage bloeddruk of een cardiogene shock, vergeleken met 21 patienten uit de placebogroep. Ook dit verschil is niet statistisch significant.

Resultaten van twee eerder uitgevoerde studies suggereren dat het geven van intraveneuze bètablokkers aan patiënten met een acuut hartinfarct voorafgaand aan de dotterbehandeling de schade aan het hart veroorzaakt door het acute hartinfarct wél vermindert en de doorbloeding verbetert van de linker hartkamer die de belangrijkste pompfunctie van het hart heeft. Maar volgens Roolvink hebben deze onderzoeken tekortkomingen. Het ene onderzoek betreft een te kleine populatie, het andere onderzoek is niet blind of placebo-gecontroleerd uitgevoerd en beperkt zich tot een specifieke patiëntpopulatie.

Vervolg
Een beperking van de Early-BAMI studie is dat de ernst van het acute hartinfarct bij patiënten uit de populatie minder groot was dan verwacht. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat de bètablokker toegediend voorafgaand aan de dotterbehandeling geen effect lijkt te hebben. Daarnaast was het onmogelijk om artsen en verpleegkundigen blind te koppelen aan patiënten om hartslag en bloeddruk te meten.

Extra grote gerandomiseerde studies zijn noodzakelijk om duidelijk te kunnen maken of het toedienen van intraveneuze bètablokkers voorafgaand aan een dotterbehandeling een voordelig effect kunnen hebben voor patiënten met een acuut hartinfarct.

Foto: Cardioloog Vincent Roolvink presenteert de Early-BAMI studie tijdens het ACC congres in Chicago

Bron: Isala