Aandacht – de heilige graal van het verpleeghuis

0
1279

Afgelopen week las ik weer een artikel in de krant over ‘aandacht’ als heilige graal in de verpleeghuiszorg.
Volgens het artikel schiet deze aandacht tekort op essentiële levensvragen, hetgeen het welzijn van de oudere medemens zou ondermijnen. Er wordt vooral functioneel contact gemaakt waardoor wezenlijke gesprekken niet worden gevoerd. Oorzaak: verzorgenden missen kennis en kunde om deze gesprekken te kunnen voeren.

Allereerst moet mij van het hart dat ik mij erger aan de manier waarop de verzorgende hier wordt neergezet. Namelijk als de laaggeschoolde die niet in staat zou zijn tot een goed gesprek. Ze blijft een gemakkelijk doelwit om de crisis in de verpleeghuiszorg op af te wenden.

Als er al iemand aandacht tekort komt, is het in de eerste plaats de verzorgende zelf. En dit is een ernstig probleem.

Als ouderenpsycholoog en consulent bezoek ik zorgorganisaties in heel Nederland. Te vaak stuit ik op zorgmanagers, bestuurders en behandelaren die er nauwelijks in slagen om écht contact te maken met de mensen op de werkvloer. Om op hen af te stemmen.

Dit uit zich in onvoldoende aandacht voor de psychische en ethische nood van deze kwetsbare beroepsgroep. Bijvoorbeeld wanneer blauwe plekken van verzorgenden worden afgedaan met een opmerking als ‘het hoort bij je vak, ze zitten hier niet voor hun zweetvoeten’. Of in het niet erkennen van rouwgevoelens wanneer er opnieuw afscheid moet worden genomen van een cliënt met wie lief en leed werd gedeeld.

Ook het héle zorgdebat gaat voortdurend voorbij aan de belevingswereld van deze mensen. En zo wordt de plank flink misgeslagen. We blijven hangen in vage termen als ‘levensvragen’ en ‘zingeving’; termen die de intellectueel graag gebruikt, maar waarvan het gros weinig voorstelling heeft. Zo ook de zorgverlener zelf.

Over deze belevingswereld moet het volgende worden gezegd (de Lange, 1990): Verzorgenden zijn gevoelige mensen met een sterke behoefte om ergens bij te horen. Ze beschikken over een haarfijne intuïtie, waarmee ze hun belangrijke dans met de kwetsbare medemens kunnen dansen, maar hebben ook moeite om deze onder woorden te brengen. Mede hierdoor vormt het bewaken van eigen grenzen continu een uitdaging.

Zo wordt duidelijk hoe maatschappij en zorgbedrijf voorbijgaan aan haar grootste goed. Met de onderbezetting, de sterk hiërarchische verhoudingen op de werkvloer en het harde maatschappelijke debat schenden zij de psychologische grenzen van de verzorgenden voortdurend. Het is geen verrassing dat burn-out, cynisme en verbittering in geen andere beroepsgroep zo hoog zijn opgelopen.

Laten we onszelf daarom de volgende vraag stellen: Zolang wij ónze aandacht niet aan de verzorgenden schenken, mogen we dan wel verwachten dat zij hún onbaatzuchtige aandacht blijven geven aan onze kwetsbare medemens? Wie geeft hier eigenlijk het goede voorbeeld?

En is het niet ditzelfde gebrek aan aandacht dat de verpleeghuiszorg en haar harde werkers zo vatbaar maakt voor negatieve berichtgeving? Namelijk, gebrek aan aandacht voor de waarheid?

De verpleeghuiswereld verre is van ideaal. Dat een cliënt onnodig lang in een ‘luier’ moet verblijven, omdat onze eerste aandacht uitgaat naar de tranen van mevrouw Brouwer en meneer Jacobs. Dat we een ‘plascontract’ moeten opstellen omdat we meneer de Vries nu eenmaal niet 36 keer per uur naar de wc kunnen brengen. En dat de kamer van mevrouw Janssen zo nu en dan vergeven is van menselijke uitwerpselen, omdat ze hier op onbewaakte momenten mee smeert.

Hier ligt ook een taak voor de verpleeghuiswereld zelf. Ik denk dat zij er goed aan doet om recht te doen aan deze waarheid in plaats van telkens toe te geven aan de drang om zichzelf positief te profileren; over hoe mooi het verpleeghuis met al haar initiatieven is en hoe gelukkig onze ouderen wel niet zijn. Zodat de maatschappij niet bij elk negatief bericht op zijn kop staat en de verzorgenden de zwarte piet krijgen toebedeeld.

Sarah Blom, Oud worden met Zorg

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren