Met sensoren in huis herstellen ouderen beter van een gebroken heup

0
635

Als ouderen na een gebroken heup gevolgd worden met bewegingssensoren in huis en daarnaast coaching krijgen, voelen zij zich zekerder en herstellen zij beter. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van docent-onderzoeker Margriet Pol, verbonden aan de opleiding ergotherapie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA), waarop zij 5 februari promoveert. Voor het eerst zijn sensoren voor de oudere doelgroep in zo’n grote studie onderzocht. Er deden 240 ouderen mee (gemiddelde leeftijd 84 jaar). 

In Nederland breken jaarlijks ongeveer 15.000 ouderen hun heup, meestal door een val in huis of op straat. Voor ouderen die zelfstandig wonen betekent dit een kantelpunt: slechts de helft van hen kan na de operatie terug naar huis. Een kwart overlijdt zelfs binnen één jaar. 

Angst om te vallen speelt een belangrijke rol in deze neerwaartse spiraal. De valangst weerhoudt ouderen ervan om de draad weer op te pakken, terwijl dat juist belangrijk is voor het herstel. Ze doen steeds minder, waardoor hun dagelijks functioneren achteruitgaat. ‘Tijdens onze studie zagen we dat ouderen zo geschrokken waren van de val, dat ze thuis veel minder activiteiten ondernamen dan voorheen’, zegt Pol. ‘Om deze angst weg te nemen hebben we deze behandeling met sensoren ontwikkeld.’ 

Standaardzorg ontoereikend

De deelnemers konden zelf vooraf aangeven welke vijf betekenisvolle activiteiten zij het belangrijkst vonden en waar zij, eenmaal thuis, problemen bij verwachtten. Op basis hiervan stelden de ergotherapeut en deelnemer een persoonlijk revalidatieplan op. Vervolgens konden de therapeut en de oudere de voortgang volgen door met sensoren de bewegingen in en rondom de woning te meten. ‘Bewegen is een belangrijk onderdeel van het dagelijks functioneren. De sensoren verschaffen hier objectieve informatie over, want ouderen vinden het vaak lastig om zich precies te herinneren wat ze in een week allemaal gedaan hebben.’ 
In totaal deden drie groepen mee. Ouderen die coaching en sensoren, alleen coaching of alleen standaard zorg kregen. Coaching werkte beter dan standaard zorg, maar dit verschil was alleen significant voor de groep die coaching én sensoren kreeg. Na zes maanden gaf die groep (coaching en sensoren) aan dat zij in het dagelijks leven beter konden functioneren (op basis van de betekenisvolle activiteiten).  


Privacy

Met het plaatsen van sensoren bij iemand thuis komen uiteraard ook privacy-kwesties om de hoek kijken. Toch bleek uit interviews die Pol met 11 ouderen voerde dat de baten ? meer zelfvertrouwen en herstel ? over het algemeen opwogen tegen de lasten ? verlies van privacy. Bovendien meten de sensoren alleen hoeveel iemand beweegt en waar iemand zich in de woonruimte bevindt. 
De sensortechnologie bestond uit: enkele infrarood- en magneetsensoren in de woning en een sensor (bewegingsmeter) die de deelnemer bij zich droeg. De gegevens werden beveiligd verzonden en anoniem opgeslagen. Alleen de deelnemer en therapeut hadden toegang tot de informatie. 

Bewegingssensoren


De inzet van bewegingssensoren is al wel bij andere doelgroepen onderzocht, zoals mensen met dementie of een chronische longziekte (COPD), maar nog niet bij de revalidatie van ouderen met een gebroken heup. De bevindingen met deze doelgroep zijn relevant voor de toekomst, aangezien steeds meer ouderen tot op hoge leeftijd thuis blijven wonen.
De studie, onderdeel vanuit HvA-speerpunt Urban Vitality, won de HvA Research Awards in 2017 en Pol ontving een beurs van NWO. Het promotieonderzoek kwam tot stand via een intensieve samenwerking tussen de afdeling Ouderengeneeskunde AMC en de HvA faculteiten Gezondheid en Digitale Media en Creatieve Industrie. Pol promoveert op 5 februari 2019 aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). 

Om de behandeling met sensoren te implementeren hebben de onderzoekers de Hipperacademy in 2017 opgericht.

Bron: Hogeschool van Amsterdam