Samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals vraagt blijvende investering

In de Utrechtse achterstandswijk Overvecht weten huisartsenpraktijken en buurtteammedewerkers elkaar goed te vinden. Ook zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt met wijkverpleegkundigen, de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en de jeugdgezondheidszorg (JGZ). De intensiteit en continuïteit van samenwerking binnen de wijk varieert per patiëntengroep en ook per individuele zorgverlener. Het opzetten en onderhouden van deze samenwerkingen vraagt voortdurende aandacht, zo blijkt uit onderzoek van het Nivel.

In Overvecht wonen veel mensen met complexe gezondheidsproblemen en problemen in andere leefdomeinen. Deze mensen doen vaak een beroep op de zorg. Om hen zo goed mogelijk zorg te bieden wordt er gewerkt volgens een integrale populatiegerichte wijkaanpak: Krachtige basiszorg. Integraal betekent dat de verantwoordelijkheid voor ondersteuning van mensen met complexe problematiek wordt gedeeld door professionals van verschillende zorg- en welzijnsorganisaties. Het uitgangspunt is zorg dichtbij, waarbij zorgverleners en hulpverleners uit verschillende domeinen met elkaar samenwerken en de behoeftes van de patiënt centraal staan.

Gedeelde visie op goede zorg en samenwerking


De motivatie om samen te werken is groot bij organisaties en professionals uit medisch en sociaal domein binnen de wijk. Er zijn structurele werkafspraken over de domeinen heen en de visie op samenwerking wordt breed gedragen. Onderhoud van samenwerking vraagt continu aandacht, ook omdat het verloop van professionals in de wijk groot is. Het is belangrijk dat afspraken over samenwerking vast liggen en worden overgedragen binnen organisaties, zodat samenwerking minder afhankelijk is van individuen.

Samenwerking rondom geestelijke gezondheidszorg binnen de wijk goed gestructureerd


Vanuit de huisartsenpraktijken die aangesloten zijn bij Overvecht Gezond, heeft elke POH-GGZ formele en informele contactmomenten met het buurtteam sociaal. Hierdoor weten beide partijen elkaar goed te vinden. De wijkpsychiater kan laagdrempelig ingeschakeld worden voor advies over bepaalde patiënten, bijvoorbeeld op gebied van diagnostiek of behandeling. Hiermee kan in bepaalde gevallen een verwijzing naar de specialistische GGZ voorkomen worden, of juist bewust ingezet worden. De samenwerking met de generalistische en specialistische GGZ-instellingen van buiten de wijk verloopt relatief minder goed en wordt letterlijk en figuurlijk als ‘ver weg’ ervaren. Sinds de start van de GGZ gebiedsteams is hier een positieve ontwikkeling in ontstaan.

Samenwerking rondom ouderenzorg lastig vanwege groot aantal zorgverleners


Bij de ouderenzorg wordt de samenwerking tussen de huisartsenpraktijken en de buurtteams sociaal steeds beter en de praktijkverpleegkundige ouderen speelt hierin een belangrijke coördinerende rol. De samenwerking tussen huisartsenpraktijken en de wijkverpleging is echter wisselend van intensiteit en kwaliteit. Vanwege de verschillende wijkverpleegkundige organisaties die actief zijn is het niet haalbaar om met iedere organisatie afspraken te maken. Daarnaast zijn er nog vele andere zorgverleners bij de ouderenzorg betrokken zoals medisch specialisten, specialistische verpleegkundigen, specialist ouderengeneeskunde, en paramedici, wat de samenwerking complex maakt. Met zoveel betrokken zorgverleners is het voor de professionals in de wijk niet altijd duidelijk wie de regie heeft.

Samenwerking rondom jeugdzorg complex door overlappende verantwoordelijkheden


Huisartsenprakijken, de buurtteams jeugd en gezin en de JGZ staan positief tegenover samenwerking, maar verschillen veelal nog in visie en de manier van werken. Daarnaast belemmeren overlappende verantwoordelijkheden de samenwerking. Omdat zowel huisartsen, buurtteams jeugd en gezin als JGZ kunnen verwijzen naar de tweede lijn, zijn zij niet altijd op de hoogte van de verwijzingen door de andere partij. Zij pleiten daarom voor een betere, structurele samenwerking.

Samenwerking bemoeilijkt door schotten in regelgeving en financiering


Daar waar de zorg- en hulpverlening niet vanzelf gaat is vaak maatwerk noodzakelijk. Bij het organiseren hiervan lopen de medisch en sociale professionals vaak aan tegen schotten en financiële barrières. Dit vergt een creatief denken waarbij zowel de professionals van de werkvloer als de managers bereid moeten zijn om buiten de kaders naar oplossingen te zoeken. Niet altijd wordt een goede oplossing gevonden.

Het onderzoek


Het Nivel heeft in 2017 en 2018 interviews gehouden met 25 zorgverleners uit de wijk Overvecht. Deze interviews zijn opgebouwd om een viertal thema’s: de vorm van de samenwerking, persoonlijke factoren, institutionele factoren en de organisatie van de samenwerking. De geïnterviewden zijn geworven via het netwerk van Overvecht Gezond.

Bron: Nivel

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.