“Huisdokter wil met collega’s kunnen discussiëren”

0
462

Bernard Lefloch (UAntwerpen) zocht naar redenen waarom beroep van huisarts wél aantrekkelijk is “Huisdokter wil met collega’s kunnen discussiëren”

Te weinig jonge mensen kiezen voor een carrière als huisarts. Het beroep kampt met een onaantrekkelijk imago. Bernard Lefloch (UAntwerpen, Universiteit Brest) en collega’s uit andere landen interviewden 183 huisartsen om te achterhalen waarom zij hun job wel graag uitoefenen.

Probleem reeds acuut

Zullen we in de toekomst nog voldoende huisartsen hebben? Vanzelfsprekend zal dat niet zijn, want in heel wat Europese landen daalt het aantal jongeren dat kiest voor een carrière als huisdokter of voor een andere job in de eerstelijnsgezondheidszorg. In wat meer landelijke regio’s is het probleem vandaag reeds acuut. Actie is vereist, zeker omdat in verscheidene landen meer dan de helft van de actieve huisartsen vijftig jaar of ouder is.

Wetenschappers gingen daarom in 8 landen (België, Bulgarije, Duitsland, Finland, Frankrijk, Israël, Polen en Slovenië) bij 183 huisartsen na welke factoren een belangrijke rol spelen in hun jobtevredenheid. De onderzoekers maken allemaal deel uit van het European General Practice Research Network. Onder leiding van de professoren Lieve Peremans en Hilde Bastiaens coördineerde Bernard Lefloch, doctoraatsstudent op UAntwerpen, dit onderzoek . De resultaten van het onderzoek verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift BMC Family Practice.

Brede waaier aan patiënten

“De aantrekkelijkheid van het huisartsberoep moet verbeteren”, legt Lefloch uit. “Volgens schattingen van de Europese Unie zal 13,5% van de noden op gezondheidsvlak niet gelenigd kunnen worden als er niets verandert. Mijn collega’s en ik gingen op zoek naar de positieve aspecten van het beroep, naar de factoren die huisdokters stimuleren om dagdagelijks hun job met passie uit te oefenen. Die factoren blijken in de verschillende landen vrij identiek te zijn.”
De ondervraagde huisartsen gaven onder meer aan dat ze energie halen uit de gevarieerde situaties die ze meemaken en uit de contacten met een brede waaier aan patiënten. De vrijheid om hun werkomgeving en de manier waarop ze hun praktijk organiseren zelf te kunnen kiezen, is een ander belangrijk pluspunt. De woonomgeving moet voldoende faciliteiten bieden voor de familie. Daarnaast draagt ook de relatie tussen patient en dokter bij tot meer zelfvertrouwen bij de dokter, als de relatie gestoeld is op wederzijds vertrouwen en respect.”

Contact met collega’s en studenten

“Een huisarts moet tijdens het beoefenen van zijn job kunnen samenwerken met andere zorgprofessionals en heeft nood aan het perspectief van collega’s en wil af en toe met hen kunnen discussiëren”, aldus Lefloch. Gezien de complexiteit van chronische zorg en de diversiteit in pathologie waarmee huisartsen worden geconfronteerd willen huisartsen dan ook in groep werken. “Dat is uiteraard een uitdaging in de meer landelijke gebieden, waar er vaak weinig collega’s zijn.” Het opleiden van jonge artsen in de praktijk geeft extra voldoening.


Geld is niet het belangrijkste

Lefloch ziet een rol weggelegd voor de universiteiten en voor de overheid. “Al te vaak heerst er binnen de medische opleiding een negatieve perceptie over het beroep van huisarts. Universiteiten zouden de wetenschappelijke dimensie en de toegevoegde waarde van de job meer moeten beklemtonen. Een specifieke meerjarige opleiding tot huisarts, met docenten die uit de praktijk komen, zoals in Vlaanderen bestaat, is erg belangrijk.”

“Europa moet ook haar verantwoordelijkheid nemen en het beroep van huisarts erkennen als een waardevol specialisme in elk land. De voorbije jaren kregen huisartsen die ervoor kozen zich te vestigen in landelijk gebied vaak een financieel duwtje in de rug van de overheid. Maar het is zeker geen kwestie van geld alleen. Grotere praktijken waar meerdere huisartsen samen werken en een goed georganiseerde wachtdienst kunnen in die landelijke gebieden bijvoorbeeld een oplossing zijn.”

Bron: Universiteit Antwerpen