SER: houdbaarheid van de zorg is vooral een vraag van organisatie en arbeidsmarkt

De zorguitgaven gaan, bij ongewijzigd beleid, de komende 20 jaar verdubbelen. Dat heeft gevolgen voor de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg. De houdbaarheid van de zorg op lange termijn staat centraal in de verkenning “Zorg voor de toekomst”. De SER beveelt aan om meer in te zetten op preventie, binnen en buiten de zorg. Daarnaast is meer ruimte voor zorgprofessionals nodig, meer regie op digitale innovaties, en voortdurend en actief beheer van het verzekerde pakket. Voor dit alles is een langetermijnvisie van de overheid nodig.

“We zullen alle zeilen moeten bijzetten om iedereen zorg te blijven bieden. Daarvoor zijn nodig: een sterkere positie voor de zorgprofessional, nieuwe technologie inzetten, preventie buiten de zorg versterken en steeds kritisch blijven kijken naar wat wel en niet vergoed wordt. En dan nog blijven er vragen open over de jeugdzorg en ouderenz.” Mariëtte Hamer, voorzitter SER.

Arbeidsmarkt en organisatie van de zorg


In de komende decennia vragen we met z’n allen steeds meer zorg. Dat komt doordat we langer leven, en meer zorg willen. Bovenop de 1,4 miljoen mensen die nu in Nederland in de zorg werken, zijn de komende 20 jaar zo’n 700.000 extra werknemers nodig als we dezelfde zorg willen blijven leveren die we nu leveren. Met een vergrijzende bevolking is dat waarschijnlijk niet haalbaar. Om goede en toegankelijke zorg te kunnen blijven leveren is daarom ook van belang hoe de zorg georganiseerd is, dat de juiste zorg op de juiste plek wordt geleverd, en dat de juiste informatie beschikbaar is.

Coronacrisis

De huidige coronacrisis laat zien hoe belangrijk een goede organisatie van de zorg en de beschikbaarheid van gemotiveerde en gekwalificeerde zorgverleners is. Ook laat het zien welke beroeps- en bevolkingsgroepen het meest kwetsbaar zijn. Deze crisis roept de vraag op hoe goed de maatschappij en de zorg op een volgende crisis voorbereid moeten en kunnen zijn.

Meer ruimte voor de zorgprofessional

De SER trekt vier hoofdconclusies in deze verkenning. De eerste is dat mensen in de zorg werken met passie voor hun vak, maar vaak te maken hebben met weinig autonomie, hoge werkdruk, veel regels en weinig waardering. Dat leidt tot weinig tijd voor patiënten, inefficiënt werk, minder tevredenheid en een hoge uitstroom van werkenden in de zorg. Wanneer zorgverleners meer ruimte krijgen voor zorg voor patiënten kan dit helpen om de arbeidstevredenheid te verhogen. De SER vindt dat er gewerkt moet worden aan een zorgstelsel waarin zorgprofessionals meer autonomie hebben, meer tijd voor cliënten en collega’s, en waardering voor hun werk krijgen. 

Digitale innovaties sneller opschalen voor patiënten en zorgverleners


Ten tweede vindt de SER dat digitale innovaties sneller en minder vrijblijvend moeten worden opgeschaald. Dat levert winst op in de vorm van betere en tijdige zorg voor patiënten, minder fouten door betere informatieoverdracht, en minder administratieve regeldruk voor zorgverleners. Belangrijke voorwaarde is dat technologische innovaties tot stand komen in samenwerking tussen ondernemers, zorgaanbieders, zorgverleners en patiënten. Alle partijen in de gezondheidszorg (van beroepsverenigingen tot zorgverzekeraars) hebben daar een belangrijke rol en verantwoordelijkheid in. Voor die opschaling van digitale zorg is belangrijk dat zorgprofessionals in hun opleidingen veel beter worden voorbereid op de ingrijpende gevolgen die digitalisering nu al heeft op de aard van hun hoofdtaken.

Ook vindt de SER dat medische data beter uitwisselbaar moeten wordt gemaakt. Zorgprofessionals zijn daar nu teveel tijd mee kwijt. Het ministerie van VWS zet, samen met ICT-bedrijven, volop in op betere gegevensuitwisseling. De SER vindt dat de genomen maatregelen op afzienbare termijn merkbare resultaten voor zorgprofessionals moeten leiden. Als dat niet het geval is, moet tijdig een alternatief worden voorbereid. Daarmee wil de SER een stevig signaal geven aan alle partijen, inclusief de ICT-bedrijven, om spoedige voortgang te bereiken met veilige en makkelijke data-uitwisseling in het belang van de zorgprofessionals.

Preventie op het werk, in de wijk en op school


Inzetten op preventie, vooral ook buiten de zorg, is de derde conclusie. Door preventie leven we langer gezond. Preventie kan uitgaven in de zorg voorkomen. Dat is wel een zaak van lange adem. Komende kabinetten zullen consistent en langdurig moeten inzetten op preventie, met een structurele financiering en langetermijnvisie. Hierin neemt preventie buiten de zorg een belangrijke plaats in: op het werk, in de wijk, op school, in welzijnsbeleid, in ruimtelijke inrichting en in jongerenbeleid. En dat alles in goede samenwerking met het bedrijfsleven.

Verzekerde zorg: blijvend onderhoud nodig


Ten vierde is voortdurend actief beheer van het verzekerde pakket nodig. Er moet worden gekeken naar wat zinnige zorg is. Ook een actief pakketbeheer hoort hierbij: welke zorg kan erin blijven, welke kan eraan worden toegevoegd en welke zorg kan eruit. Ook moet gekeken worden of de zorg die in het pakket zit, gepast wordt gebruikt.

Langetermijnvisie noodzakelijk

Langdurige inzet van alle partijen is nodig om het zorgstelsel op langere termijn houdbaar te maken is. De zorg voor ouderen en de jeugdzorg vragen daarbij speciale aandacht. De SER roept op tot een langetermijnvisie van het kabinet, waarbij de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de regierol van de overheid centraal staan. Daarbij zullen alle partijen moeten samenwerken om de arbeidsmarkt voor de zorg te verbeteren en de zorg anders te organiseren. 

De verkenning “Zorg voor de toekomst” is voorbereid door de SER-commissie Sociale Zekerheid en Gezondheidszorg onder leiding van prof. dr. R.J. (Romke) van der Veen.

Bron: SER Communicatie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.