Geen verwijzing naar Spoedeisende Hulpafdeling (SEH)? Dan voortaan betalen

Het percentage zelfmelders ofwel aanlopers zonder verwijzing bij de  Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) van Nederlandse ziekenhuizen varieert van 10% in het oosten van Nederland tot 70% in het westen. Diverse zorgverzekeraars overwegen om zelfverwijzers een eigen  bijdrage te vragen van bijvoorbeeld 25 euro. Als zij eerst naar de huisartsenpost (HAP) gaan en daar een verwijzing krijgen, betalen zij die eigen bijdragen niet. Over dit voornemen spraken diverse collega’s ondergetekende aan tijdens zijn afscheidsreceptie op 27 september. Dit voornemen heeft grote gevolgen. Ten eerste zijn er circa dertig ziekenhuizen zonder HAP op hun terrein. Ik verwacht dat spoedpatienten in een regio deze ziekenhuizen gaan mijden. Want dan moeten zij betalen en de HAP is meestal ver weg. Ten tweede verzwakt deze eigen bijdrage de positie van de ziekenhuizen met een HAP op hun terrein. Zij lopen de kans dat hun HAP wordt weggekocht door een naburig ziekenhuis zonder HAP. Ten derde wordt de druk op de ambulance meldkamer hoger. Want in het voorstel betalen patienten  die zijn gebracht door een ambulance gene eigen bijdragen. Ten vierde wordt de druk op de huisartsen van de HAP hoger: zij krijgen die zelfmelders erbij. Het is te hopen dat zorgverzekeraars via simulatieberekeningen op deze gevolgen anticiperen. Want zorgonderzoek is het stadium van evalueren achteraf voorbij. Door de vele beschikbare gegevens en statistische modellen is vooruit berekenen mogelijk. Verder pleit ik  samen met mijn collega Rick Grobbee voor gefaseerde invoering van die eigen bijdragen. Bij voorbeeld in jaar 1 alleen eigen bijdragen voor de SEH hanteren als er een HAP vlakbij is. In jaar 2 volgen dan de overige ziekenhuizen. Ik verwacht van zorgverzekeraars een argumentatie waarom zij voor dit model kiezen. Die werd mij niet duidelijk tijdens de drukke afscheidsreceptie. Beste collega’s bij de zorgverzekeraars, waarom kiezen jullie hiervoor en niet voor eigen bijdragen voor alle HAP-patienten? Dat willen vele huisartsen. Zelf vind ik het onrechtvaardig, dat een chirurg die een hechting uitvoert bij een spoedpatient veel beter betaald wordt dan een huisarts die dezelfde hechting doet. Waarom voeren jullie niet het principe in: gelijke spoedingrepen  = gelijke betaling?  Tot zover dit bericht. In de Julius masterclass “de Toekomst van de SEH”gaat ondergetekende uitgebreid in op de toekomstige bekostiging van SEH’s. De masterclass begint begin januari en is ook per losse bijenekomst te volgen. Klik hier voor meer informatie.

Vorig artikelBetaal ziekenhuizen voor gerealiseerde kwaliteitsverbetering
Volgend artikelPrijs ingesteld voor het beste Zorgpad van 2013
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.