Achterstandswijken gezonder door krachtwijkenbeleid

 

opvang-pleegkinderenHet zogeheten krachtwijkenbeleid heeft een positief effect gehad op gezondheid en gezondheidsgerelateerde leefstijl van de betrokken wijkbewoners. Dit blijkt uit het URBAN40-onderzoek van AMC, UMC Maastricht en RIVM onder leiding van Karien Stronks, hoogleraar Sociale Geneeskunde in het AMC. De resultaten van het onderzoek worden vandaag gepresenteerd op het congres ‘URBAN40. Een betere wijk, een betere gezondheid?’ Krachtwijkenbeleid was bedoeld om de leefbaarheid in achterstandswijken te vergroten en de sociale positie van bewoners te verbeteren.

Tussen 2008 en 2012 is in circa veertig Nederlandse achterstandswijken een ‘krachtwijkenbeleid’ gevoerd. In het kader daarvan werden extra middelen gei?nvesteerd om problemen op het gebied van wonen, werken, leren/opgroeien, integreren en veiligheid aan te pakken. Het beleid had een positief effect op de gezondheid, leert het URBAN40-onderzoek, met name daar waar op grote schaal maatregelen werden doorgevoerd die meerdere thema’s tegelijk bestreken. Ook in wijken waarin expliciet aandacht was besteed aan het thema gezondheid (onder de noemer ‘experiment gezonde wijk’) veranderde de gezondheid van bewoners op een aantal punten en in relatief korte tijd ten goede.

Sinds het uitbreken van de economische crisis is de gezondheidssituatie in achterstandswijken in heel Nederland verslechterd. Steeds meer bewoners roken, voelen zich ongezond of kampen met psychische problemen. In veel onderzochte ‘krachtwijken’ verslechterde de gezondheid echter minder snel. De stijging van het aantal rokers verliep langzamer, en het aantal psychische problemen nam af. Het lijkt erop, aldus de onderzoekers, dat het krachtwijkenbeleid de negatieve effecten van de crisis heeft verzacht.

URBAN40 onderzocht veranderingen in het aantal depressieve klachten, overgewicht, roken, bewegen, en zorggebruik. In ‘krachtwijken’ steeg tussen 2008 en 2011 het percentage inwoners met een goede geestelijke gezondheid van 73 naar 79, terwijl het in Nederland als geheel juist afnam (van 85 naar 82). En in buurten die meededen aan het ‘experiment gezonde wijken’ nam het aantal mensen dat in de vrije tijd wandelt toe (van 55 procent in 2008 naar 71 procent in 2011). Veel andere problemen verbeterden echter niet ten opzichte van controlewijken. Wellicht omdat de betreffende maatregelen op te kleine schaal zijn uitgevoerd, of niet lang genoeg zijn volgehouden, denken de onderzoekers.

Het URBAN40-onderzoek werd mede gefinancierd door ZonMw.