Schippers start onderzoek uitzondering Mededingingswet voor eerstelijnszorg

0
407

Kamerbrief over opzet onderzoek uitzondering Mededingingswet voor eerstelijnszorg
Minister Schippers (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe zij de motie van de Kamerleden Leijten (SP) en Dik-Faber (CU) gaat uitvoeren. Deze motie roept op te onderzoeken of er voor de eerstelijnszorg een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk is, zoals vormgegeven in de beleidsregel mededinging en duurzaamheid. De minister zal daarom laten onderzoeken of er voor de eerstelijn een uitzondering op de Mededingingswet mogelijk is, zoals vormgegeven in de beleidsregel mededinging en duurzaamheid, zodat het patie?ntbelang gediend wordt. In deze beleidsregel wordt echter geen uitzondering gemaakt op de Mededingingswet maar is een aantal voor duurzaamheid specifieke aspecten vastgesteld die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) moet betrekken bij de beoordeling van het mogelijk van toepassing zijn van de vrijstelling van het kartelverbod. huisartsDeze beleidsregel biedt marktpartijen meer duidelijkheid en houvast bij het vormgeven van afspraken om, binnen de bestaande mededingingskaders, samen te werken aan verduurzaming. De Mededingingswet biedt ruimte voor samenwerking in het belang van patie?nten. Ik zal nader onderzoek laten doen naar de mogelijkheden die de Mededingingswet biedt voor samenwerking binnen de eerstelijnszorg om zorgspecifieke belangen te borgen en de duidelijkheid van die mogelijkheden voor zorgaanbieders in de eerstelijn.

In de motie wordt terugverwezen naar het verloop van de contractering huisartsenzorg. De minster zegt dat het belangrijk is te zoeken naar werkbare modellen, waarbij de mogelijkheid moet blijven bestaan, dat een zorgverzekeraar en een individuele beroepsbeoefenaar dit op lokaal niveau vorm geven. De minister wil meer duidelijkheid geven over werkbare inkoopmodellen voor beroepsbeoefenaren en zorgverzekeraars. Ze wil de bestaande modellen laten inventariseren en toetsen door de NZa en ACM. En daarnaast wil zij met de sector zelf op zoek gaan naar nieuwe vormen en modellen. Daarnaast wil de minister dat er een mogelijkheid komt om conflicten over zorginkoop laagdrempelig voor te leggen aan een onafhankelijke geschillencommissie, gedragen door veldpartijen.

Het onderzoek dat zij naar aanleiding van de motie zal laten doen, richt zich op de vraag of er voor de eerstelijnszorg zorgspecifieke belangen zijn aan te wijzen die door de ACM betrokken zouden kunnen worden bij de beoordeling van het mogelijk van toepassing zijn van de vrijstelling van het kartelverbod. Het doel daarvan is om meer houvast en duidelijkheid te bieden aan zorgaanbieders bij het vormgeven van afspraken. Het gaat om een algemeen kader waarbinnen de ACM haar concrete individuele beoordeling kan maken om, met behoud van haar beoordelingsvrijheid en in overeenstemming met het nationale en Europese mededingingsrechtelijke kader, haar bevoegdheden uit te oefenen.

De onderzoeksvragen zijn daarmee de volgende:

  1. Beschrijving van redenen van samenwerking tussen concurrenten (zoals een huisarts met een huisarts, een zorggroep met een zorggroep of een zorgverzekeraar met een zorgverzekeraar) in de eerstelijnszorg.
    1. Welke verschillende redenen voor samenwerking op het gebied van eerstelijnszorg (tussen concurrenten) komen voor en zijn denkbaar?
    2. In welke gevallen is samenwerking op het gebied van de eerstelijnszorg (tussen concurrenten) tussen kleinere partijen nodig voor initiatieven ten behoeve van patie?nten?
  2. Welke aspecten van de onder 1 beschreven samenwerking zouden nader kunnen worden verduidelijkt binnen het mededingingsrecht, zodat voorkomen wordt dat samenwerkingsinitiatieven met positieve gevolgen voor patie?nten niet tot stand komen.
  3. Hoe zouden afspraken, om binnen de eerstelijnszorg samen te werken, vorm moeten worden gegeven om binnen het mededingingsrecht zorgspecifieke belangen te borgen.

Download “Kamerbrief over opzet onderzoek uitzondering Mededingingswet voor eerstelijnszorg”

PDF document | 2 pagina’s | 90 kB

Kamerstuk: Kamerbrief | 10-03-2015

Bron: Rijksoverheid