Vertraging in de diagnose zaadbalkanker door schaamte

0
8218

Schaamte over de klachten leidt tot uitstel van een bezoek aan de huisarts bij mannen met zaadbalkanker. Ook het opleidingsniveau van de mannen speelt een rol bij het moment waarop ze voor het eerst naar de huisarts gaan met hun klachten, echter in mindere mate. Het uitstel is medebepalend voor het stadium van de ziekte op het moment van diagnose. Een en ander blijkt uit een onderzoek onder 60 mannen met zaadbalkanker, uitgevoerd in het UMCG door een groep onderzoekers, onder leiding van hoogleraar chirurgische oncologie Harald Hoekstra. Zij publiceren hierover in PLOS One.

Uit hetzelfde onderzoek blijkt eveneens dat bij ongeveer de helft van de patiënten eerst een verkeerde diagnose werd gesteld, waardoor het langer duurde voor de huisarts doorverwees naar een specialist. Ook deze vertraging zorgt voor een hoger ziektestadium op het moment van de juiste diagnose.

De huidige overlevingskansen voor zaadbalkanker zijn zeer hoog, zegt Hoekstra. “Zaadbalkanker is zeldzaam. Wanneer de diagnose pas in een laat stadium wordt gesteld, is intensievere chemotherapeutische behandeling – vaak in combinatie met aanvullende chirurgie – noodzakelijk. Dit leidt tot bijkomende klachten en uiteindelijk lagere overlevingskansen.” De onderzoekers wilden daarom weten hoeveel vertraging er optreedt voor de juiste diagnose wordt gesteld en welke factoren daarmee samenhangen.

Tijd tot eerste huisartsbezoek
De onderzoekers maken onderscheid tussen ‘patiëntvertraging’ (tijd tussen ontstaan klachten en eerste huisartsenbezoek) en ‘doktersvertraging’ (tijd die het duurt voor patiënt wordt doorverwezen naar een specialist). Zij benaderden 66 mannen die in het UMCG zijn gediagnostiseerd met zaadbalkanker, 60 van hen vulden een vragenlijst in.

Dat schaamte leidt tot uitstelgedrag, komt mogelijk doordat zaadbalkanker vooral jonge mannen treft, zegt Hoekstra. Of patiënten wel of niet ‘hadden gehoord van’ zaadbalkanker bleek geen aantoonbaar effect te hebben op de ‘patiëntvertraging’. Ook het hebben van pijnklachten, verandering van het scrotum of het al dan niet beperkt zijn in het dagelijks functioneren, bleek niet van invloed. Er zit echter een verschil tussen ‘ervan gehoord hebben’ en ‘actuele kennis hebben’. Dat geldt ook voor het opmerken van veranderingen aan het scrotum. De mannen merken het wel, maar handelen vervolgens niet altijd direct. Hoekstra: “We verwachten dat nauwkeuriger kennis van symptomen van zaadbalkanker de ziektebekendheid zal verhogen en mogelijk zal leiden tot eerder huisartsbezoek.”

Doorverwijzing
Wat betreft de ‘doktersvertraging’ blijken onjuiste diagnoses een rol te spelen. Eerst kregen veel van de mannen de diagnose rugpijn, ontsteking van de bijbal of een niet-kwaadaardige zwelling van het scrotum. “Ik denk dat huisartsen bij lies- of scrotum klachten en bij lage rugklachten, vooral bij jongvolwassenen, altijd de mogelijkheid van zaadbalkanker in hun achterhoofd moeten houden”, aldus Hoekstra. Daarnaast adviseert hij om huisartsen voortdurend te wijzen op het belang van echografie van de zaadballen, in combinatie met tumormarker onderzoek.

Meer over dit onderzoek is te lezen in artikel op KennisInZicht, het digitale wetenschappelijke magazine van het UMCG.