Gebruik lichaamseigen vet bij reconstructieve behandelingen zorgt voor hoge patiënttevredenheid

0
792
Promotieonderzoek: lipofilling is een veilig en effectief alternatief bij hersteloperaties   

De toepassing van lipofilling bij plastische chirurgische behandelingen is veilig, effectief alternatief en leidt bovendien tot een hoge patiënttevredenheid. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek van arts-assistent plastische chirurgie Jan Willem Groen. Groen, verbonden aan Maastricht UMC, onderzocht het effect van lipofilling wanneer het toegepast wordt bij verschillende behandelingen, zoals bijvoorbeeld borstreconstructies na borstkanker bij zowel Nederlandse als internationale patiënten. Lipofilling is een betrekkelijk nieuwe behandelmethode waarbij patiënten worden behandeld met lichaamseigen vet dat verplaatst wordt van een locatie waar er genoeg vet is naar een locatie waar er een tekort aan vet is. De tevredenheid onder de patiënten en chirurgen over het resultaat van lipofilling is hoog, bij zowel borstreconstructie als vergroting ligt die rond de 90%. De resultaten van het promotieonderzoek van Groen zijn relevant omdat er in Nederland – in tegenstelling tot de ons omringende landen – veel discussie is over de vergoeding van deze innovatie behandeling. Groen promoveert op 12 april aanstaande op het onderzoek.

De promovendus heeft gekeken naar de efficiëntie en veiligheid van lipofilling als aanvulling op- of alternatief voor de reeds bestaande vormen van borstreconstructie na borstkanker en borstvergroting, maar ook voor littekenreconstructie en gezichtsverjonging. Dit heeft hij gedaan door alle bestaande onderzoeksliteratuur van de afgelopen jaren naar lipofilling te vergelijken en een vragenlijst af te nemen onder Europese chirurgen en patiënten. De resultaten van zijn onderzoek zijn belangrijk voor patienten, omdat het zo goed mogelijk herstellen van de vorm van een geheel of gedeeltelijk verwijderde borst de kwaliteit van leven aanzienlijk verbeterd. De techniek is bovendien, doordat weinig bijwerkingen optreden en daardoor vervolgoperaties onnodig zijn, kosteneffectief. Kortere opnames, minder belastende operaties en sneller herstel zorgen ook voor minder werkverzuim van de patiënten.
Hoge tevredenheid
Uit het promotieonderzoek blijkt dat de toepassing van lipofilling de toekomstige beoordeling van radiologisch scans zoals een MRI of een mammogram niet dwarszit. De mate van verstoring die optreedt door veranderingen in borstweefsel, door toedoen van lipofilling, zorgt niet voor een negatieve beïnvloeding van de beoordeling van scanresultaten. Verder bleek de hoeveelheid vet dat overleeft – een deel van het ingespoten vet sterft altijd af door injectie-schade of zuurstoftekort – na (re)injectie hoger is, dan uit eerdere studies is gebleken, met respectievelijk 62.4 procent bij borstvergroting en 76.8 provent bij borstreconstructie.
De resultaten tonen verder aan dat zowel patiënten als chirurgen erg tevreden zijn over de toepassing van lipofilling bij zowel borstreconstructie als borstvergroting. 93 procent van patiënten die een borstreconstructie na borstkanker heeft ondergaan is tevreden met het resultaat, evenals 90 procent van onafhankelijke chirurgen die het operatie resultaat cosmetisch beoordeelden.Bij een borstvergroting is de tevredenheid 92 procent onder patiënten en 89 procent onder chirurgen. Ook de tevredenheid onder patienten die een lipofilling-behandeling hebben ondergaan voor gezichtsverjonging (81%) of littekencorrectie (84%) was hoog. Volgens Groen heeft lipofilling de potentie om andere reconstructieve technieken te complementeren en in de toekomst mogelijk de ‘gouden standaard’ te worden bij borstreconstructies.
Lipofilling als behandelmethode
Lipofilling maakt gebruik van het verplaatsen van vetcellen van een locatie waar er genoeg vet is naar een locatie waar er een tekort aan vet is. Na het transplanteren van deze vetcellen, moeten deze vetcellen ingroeien. De vetcellen zorgen voor volume, maar verbeteren ook de doorbloeding van het aangedane gebied en kunnen bovendien pijnklachten verminderen, door een inert pijnstillend effect en doordat ze het bot of de zenuwen bedekken.
Bij een behandeling met lipofilling is geen lichaamsvreemd materiaal nodig zoals bijvoorbeeld bij een siliconenprothese, waardoor er geen risico is op infectie, kapselvorming met bijbehorende pijnklachten, lekkage en de noodzaak van latere prothesewissels. Lipofilling leidt nauwelijks tot extra littekens, het gaat om een relatief weinig belastende operatie en het herstel verloopt over het algemeen snel. Bovendien groeit het verplaatste vetweefsel mee met de rest van het lichaam en geeft het daardoor een levenslang resultaat. Lipofilling kan tevens worden ingezet bij aangeboren afwijkingen zoals onderontwikkeling van een helft van het gezicht, en bij correctie van ernstige littekens na een ongeval of operatie.
Nederland loopt achter
Hoewel de techniek wereldwijd al lange tijd algemeen geaccepteerd is en in Europa steeds meer gebruikt wordt loopt Nederland achter in de toepassing en vergoeding ervan. Momenteel zit het gebruik van lipofilling bij borstreconstructie in een proeffase en wordt de techniek in Nederland alleen beperkt vergoedt. Sinds eind 2016 wordt lipofilling onder voorwaarden vergoed voor vrouwen met gedeeltelijke vormafwijkingen aan de borst, na een borstsparende operatie of gedeeltelijke amputatie wegens borstkanker. Echter, dit geldt nog niet voor vrouwen met een volledige borstamputatie.
De Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) en de Borstkankervereniging Nederland (BVN) maken zich al jaren hard voor de uitgebreide vergoeding van lipofilling, ook van volledige borstreconstructie na borstkanker.  De NVPC is daarom erg enthousiast over de uitkomsten van het promotieonderzoek en hoopt bij monde van Rene van der Hulst dat dit zorgt voor een definitieve doorbraak: “Dit onderzoek levert een positieve bijdrage aan de discussie in Nederland omtrent de vergoeding vanuit het basispakket voor lipofilling. De resultaten laten zien dat lipofilling de proeffase ontgroeid is en een effectief en veilig alternatief is bij plastisch chirurgische en reconstructieve behandelingen.”
Het volledige proefschrift van Jan Willem Groen kunt u hier lezen.
Bron: NVPC
Vorig artikelWeek van de teek 16-23 april 2018
Volgend artikelAantal mensen met lyme ruim verviervoudigd
Ik heb mij gespecialiseerd in interactief nieuws voor zorgverleners, zodat zorgverleners elke dag weer op de hoogte zijn van het nieuws wat voor hen relevant kan zijn. Zowel lekennieuws als nieuws specifiek voor zorgverleners en voorschrijvers. Social Media, Womens Health, Patient advocacy, patient empowerment, personalized medicine & Zorg2.0 zijn voor mij speerpunten om extra aandacht aan te besteden. Ik studeerde Fysiotherapie en Health Care bedrijfskunde. Ik heb veel ervaring in diverse functies in de medische- , farmaceutische industrie en de gezondheidszorg. En heb brede medische kennis van de meeste specialismen in de zorg. Ik ga jaarlijk naar de meeste toonaangevende medisch congressen in Europa en Amerika om mijn kennis up-to-date te houden en bij te blijven op de laatste ontwikkelingen en innovaties De berichten van mij op deze weblog vormen geen afspiegeling van strategie, beleid of richting van een werkgever noch zijn het werkzaamheden van of voor een opdrachtgever of werkgever.