Gemeenten willen terug naar inkomensafhankelijke bijdrage voor huishoudelijke hulp

Voorzieningen gemeenten in gevaar door vele aanvragen huishoudelijke hulp

Gemeenten komen in de problemen doordat het aantal aanvragen voor huishoudelijke hulp binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2019 fors is toegenomen. Dit blijkt uit een onderzoek van EenVandaag en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) onder 149 gemeenten. 

Haaks op het uitgangspunt

Volgens hen profiteren door een nieuwe regeling nu vooral de hogere inkomens en staat dit haaks op het uitgangspunt van zelfredzaamheid van de Wmo. Negen van de tien ondervraagde gemeenten (90 procent) pleiten voor een terugkeer naar de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. 

Sinds 2019 geldt binnen de Wmo een standaardtarief voor alle inwoners in plaats van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Vrijwel alle ondervraagde gemeenten krijgen hierdoor veel meer aanvragen te verwerken dan in 2018.   Lees hier met hoeveel procent het aantal aanvragen is toegenomen. Sinds 2019 geldt binnen de Wmo een standaardtarief voor alle inwoners in plaats van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage.

Volgens hen bestaat de nieuwe groep aanvragers vooral uit hogere inkomens die voorheen zelf hun huishoudelijke hulp regelden. 

Driekwart (72 procent) maakt zich zorgen dat ze nu zoveel moeten uitgeven aan huishoudelijke hulp dat dit ten koste gaat van andere voorzieningen zoals sport en vervoer.  Lees hier met hoeveel procent het aantal aanvragen is toegenomen

Gisteravond reageerde minister De Jonge van Volksgezondheid in de tv-uitzending van EenVandaag op de uitslagen van het onderzoek.

Over het onderzoek

Het onderzoek onder de gemeenten is gehouden van 19 december 2019 tot 7 januari 2020. Het is uitgevoerd door de redactie van het EenVandaag Opiniepanel en door de VNG verspreid onder de Nederlandse gemeenten. In totaal reageerden 149 gemeenten. Het onderzoek is ingevuld door wethouders Zorg of (beleids)medewerkers betrokken bij de Wmo. Het bestond uit een kwantitatief en een kwalitatief deel (open vragen). 

Bron: EenVandaag