NZA schrijft huisartsen uit de Spoedzorg

0
293

 De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wil dat er één consulttarief komt voor acute basiszorg. Dit tarief geldt dus ook voor huisartsenposten en de spoedeisende hulp van ziekenhuizen.

De basis spoedzorg van huisartsen, basisartsen, assistenten in opleiding tot specialist (Aios) en SEH artsen is onderling vergelijkbaar en krijgt daarom één en hetzelfde tarief. Genoemde disciplines gaan dan met elkaar concurreren. Dat is in het kort het voorstel van de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA). Dat kwam dezer dagen uit in het rapport Met Spoed. Met dit voorstel gaat de NZA dwars tegen de professionele, wetenschappelijke en beleidsontwikkelingen in de spoedzorg in. Die ontwikkeling is om wel een onderscheid te maken. De triage van spoedzorg valt in die ontwikkeling in de toekomst onder de huisartsen. Die beslissen, net als in de eerstelijn tijdens kantooruren, of patiënten inderdaad spoedhulp behoeven, of zij zelf die hulp bieden of dat verwijzing naar de Spoed Eisende Hulpafdeling (SEH) nodig is. Dit is het model bij alle initiatieven tot integratie van huisartsenposten en SEH’s op hetzelfde ziekenhuisterrein. Deze ontwikkeling betekent dat voortaan zelfverwijzers en aanlopers eerst op de HAP worden getrieerd. Dat is best moeilijk te realiseren. Het zoeken is al jaren naar een bekostiging die deze ontwikkeling faciliteert. Daarom vroeg het Ministerie van VWS aan de NZA om advies. Dat kwam van de week uit maar is geen antwoord op de gestelde vraag. Op 19 september geeft Hans Maarten Bolle wel antwoord op die vraag. Hij is directeur van de Vereniging Huisartsenposten Nederland. Hij houdt dan een lezing op het achtste nationale congres over Recente Ontwikkelingen in het veld, het onderzoek en het beleid van ambulancediensten, huisartsenposten, SEH’s, thuiszorg en crisisdiensten GGz. Het Julius Centrum organiseert dat op de Universiteit Utrecht. Het NZA rapport Met Spoed vind je op website www.nza.nl

Ook adviseert de NZa de minister van VWS om duidelijke randvoorwaarden te stellen voor de kwaliteit, beschikbaarheid en bereikbaarheid van de spoedeisende hulp. Nu zijn de normen hiervoor vaak nog onduidelijk, bijvoorbeeld voor de aanrijtijd van ambulances. De adviezen staan in het rapport 'met spoed' dat de NZa vandaag publiceert.

Acute basiszorg is spoedeisende zorg die door huisartsen kan worden verricht. De NZa adviseert de huidige financiering en bekostiging te vervangen door één consulttarief voor huisartsen, huisartsenposten en de spoedeisende hulp van een ziekenhuis als zij dezelfde prestatie leveren.
 
In het rapport adviseert de NZa de introductie van een beschikbaarheidsvergoeding voor huisartsen om de toegankelijkheid van de acute zorg in de avond, nacht en weekenden (ANW) te borgen. Door de beschikbaarheidsvergoeding voor de acute basiszorg in de ANW uren direct aan de huisarts te geven, zijn huisartsen beter in staat om de acute zorg op maat te organiseren, en te kiezen voor een organisatievorm die het best bij de lokale omstandigheden past. In de meeste gevallen zal de ANW-zorg via huisartsenposten worden geleverd, waarbij de samenwerking met SEH's geen hinder meer ondervindt van schotten in de bekostiging. Het voorstel van de NZa maakt het ook mogelijk dat huisartsen andere samenwerkingsverbanden kunnen aangaan of met andere zorgaanbieders kunnen integreren wanneer dat in de gegeven omstandigheden tot een betere vorm van dienstverlening kan leiden (bijv. kleinschaligere zorg in de ANW).

Tot slot adviseert de NZa de minister meer nadruk te leggen op de samenwerkingsverplichting en het belang van de overdracht van patiënteninformatie. Zonodig moet dit in een wettelijk kader worden vastgelegd.

De NZa wil de acute zorg zodanig inrichten dat partijen ook op de langere termijn worden gestimuleerd om goede kwaliteit te leveren en dat de doelmatigheid optimaal is. Het consumentenbelang staat daarbij centraal Het spoedeisende karakter van de acute zorg brengt met zich mee dat de mogelijkheden van marktwerking beperkt zijn. De overheid moet binnen een groot deel van de acute zorg sturend zijn en de rol van de verzekeraars is beperkt.