Aanvullende therapieën bij hoofd-halskanker veelbelovend

Twee onderzoekers van VUmc hebben veelbelovende resultaten behaald met nieuwe ‘targeted’ (gerichte) therapieen bij patienten met hoofd-halskanker. Zij onderzochten aanvullende therapieen, gebaseerd op het gebruik van monoklonale antilichamen (MAbs), op de al bestaande behandelingen chirurgie en radiotherapie. Één van de onderzochte therapieen is radioimmunotherapie, waarbij een hoge dosis radioactiviteit via een antilichaam naar de tumor wordt gebracht. Dit heeft een tumordodend effect. De effectiviteit bij patienten is veelbelovend: de hoofd-halstumor stabiliseerde bij patienten voor wie geen reguliere behandeling meer mogelijk was.

Ondanks opereren en bestralen komt hoofd-halskanker vaak terug op de oorspronkelijke plaats, of treden er uitzaaiingen op naar lymfeklieren in de hals of naar andere organen. Beide onderzoekers, Börjesson en Tijink, ontwikkelden nieuwe therapieen om deze problemen in de toekomst adequaat te kunnen behandelen. Zij promoveerden deze week aan VU medisch centrum.
Ook ontwikkelden ze een nieuwe technologie die het mogelijk maakt om het gedrag van dergelijke MAbs in het lichaam, met een PET-camera af te beelden en op waarde te schatten. Dit biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van nieuwe MAbs en voor het selecteren van patienten die de meeste baat  hebben bij deze dure MAb therapie. Diverse internationale farmaceutische bedrijven hebben inmiddels belangstelling getoond voor deze ontwikkelingen.

KNO-arts Pontus Börjesson onderzocht de mogelijkheden van radioimmunotherapie. Wanneer tumor-specifieke monoklonale antilichamen (MAbs) via de bloedbaan aan een patient worden toegediend, binden deze zich aan tumorcellen. Als er aan deze MAbs een therapeutisch radionuclide (bijv. beta-emitter) gekoppeld wordt, heeft dit een tumordodend effect. Groot voordeel daarbij is dat gezond weefsel gespaard blijft.

Ook Bernard Tijink (arts-assistent KNO) deed onderzoek naar ‘targeted therapies’: doelgerichte (direct op de tumor gerichte) therapieen, waarbij de nadruk ligt op effectieve vernietiging van tumoren en nog niet gedetecteerde uitzaaiingen, waarbij het gezonde weefsel gespaard blijft. In één van de therapieen wordt chemotherapie in de tumor geïnjecteerd. Door daarna de tumor kleine elektrische schokjes te geven wordt de chemotherapie beter in de tumorcellen opgenomen en blijft de schade in de rest van het lichaam beperkt. De eerste resultaten van deze behandeling bij patienten met teruggekeerde mond- of keelkanker is veelbelovend. Ook het koppelen van chemotherapie aan een antilichaam bleek effectief. Het antilichaam gaat op zoek naar de tumor en uitzaaiingen en verspreidt ter plekke de chemotherapie.