Niet duidelijk of hartfalen standaard er komt

Het bericht,  “Standaard harfalen blijft uit: schande”, was een verslag van een gesprek daarover op 29 februari. In het bericht staat in ieder geval de fout dat de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)  een rol zou spelen bij deze standaard. Dat had moeten zijn het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). De directeur daarvan is huisarts Arno Timmermans. Naar aanleiding van het bericht  mailde hij: “Ik heb me verbaasd over de berichtgeving in de nieuwsbrief. Er zou geen zorgstandaard hartfalen komen omdat huisartsen en cardiologen het niet eens kunnen worden over van wie de patient is. Dit laatste is hoe dan ook geen discussie, want de patient is eigen baas en noch van huisartsen, noch van cardiologen. Ons is geen conflict bekend dat het werken aan de verbetering van de zorg voor patienten met hartfalen in de weg staat. De Hart en Vaatgroep (patienten), de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie en de NHG hebben bij het “platform coördinatie zorgstandaarden” een project ingediend om de zorg aan patienten met hartfalen te verbeteren. Dit platform heeft dit project afgewezen omdat het geen zorgstandaard zou zijn. Dat kan kloppen. Indieners willen graag de zorg aan patienten met hartfalen verbeteren. De vraag is of een zorgstandaard voor een heterogeen ziektebeeld als hartfalen het geeigende instrument is. De NVVC heeft om ons onbekende redenen zich vervolgens niet hard willen maken voor het zoeken naar andere financiering voor het project. Overigens werken alle betrokken partijen, de Hart & Vaatgroep en hulpverleners actief samen in het platform Vitale Vaten. Dus de discussie wordt zeker voortgezet”. Tot zover Arno Timmermans. Naar aanleiding van het uitblijven van de zorgstandaard hartfalen reageerde ook de Hart&Vaatgroep. Beleidsmedewerker Inge van de Broek  mailt: “Chronisch hartfalen is een ernstige aandoening, die vraagt om een programmatische aanpak. Programmatische zorg is de juiste zorg op het juiste moment door de juiste persoon. De individuele patient en zijn individuele wensen en situatie bepalen wat ‘juist’ is. De Hart&Vaatgroep ziet de zorgstandaard als een goed instrument om programmatische zorg te realiseren. Zij ontwikkelt criteria voor kwaliteit van hartfalenzorg vanuit patientenperspectief, voert een pilot uit met een Individueel Zorgplan Hartfalen en werkt mee aan de ontwikkeling en toepassing van e-health initiatieven voor mensen met hartfalen. Zo werkt de Hart&Vaatgroep, met veldpartijen, aan integrale multidisciplinaire zorg en kwaliteit van leven en regie voor de hartfalenpatient, met of zonder zorgstandaard. De Hart&Vaatgroep is initiatiefnemer en opdrachtnemer van VWS voor de ontwikkeling van de zorgstandaard hartfalen”. Tot zover reacties over de zorgstandaard hartfalen.

Vorig artikelOp 26 april behoud jij je ambities voor de eerstelijn
Volgend artikelToekomst GGD ter discussie op 11 april
Guus Schrijvers (getrouwd met Els Zwaan, drie kinderen) werd op 24 juni 1949 geboren in Amsterdam als zesde kind in een katholiek onderwijzersgezin. Na het gymnasium B diploma behaald te hebben(1967) ging hij in Amsterdam economie studeren. Hij studeerde cum laude af (1973) bij prof. Wim Duisenberg op de na-oorlogse conjunctuurgolven en bij prof. Joop Hattinga Verschure op zelfzorgafdelingen in ziekenhuizen. In 1980 promoveerde hij in Maastricht op het onderwerp regionalisatie en financiering van de Engelse, Zweedse en Nederlandse gezondheidszorg. Een stelling uit zijn proefschrift werd zijn levensmotto: wie de kleine structuren niet eert, maakt de grote structuren verkeerd. Hij promoveerde bij de grondlegger van de Nederlandse gezondheidseconomie prof. Lou Groot en bij genoemde Hattinga Verschure. Van 1974 -1984 was Schrijvers lid van de Gemeenteraad van Utrecht voor de Partij van de Arbeid. Hij ‘deed’ daar portefeuilles zoals Volksgezondheid, Welzijn, Cultuur en Financiën. Op 1 juni 1987 werd Schrijvers samen met prof. Joop van Londen hoogleraar Public Health bij de Medische Faculteit Utrecht. Dat betekende voor hem een switch van macro onderwerpen zoals de inrichting van het verzekeringsstelsel naar kleinschalige projecten zoals educatie van diabetespatiënten. Uit een interview uit 1987 komt het citaat: ‘als de faculteit mij vraagt voor deze leerstoel, wil ik wat betekenen voor de faculteit. Dan geef ik de macro-onderwerpen op.’ Samen met Van Londen richtte hij zich in 1987 op innovaties in de thuiszorg en op ketenzorg bij chronische zieken. Later zou het die activiteiten onder de vlag disease management bundelen. Tien jaar kwam de belangstelling voor ketens in de spoedzorg erbij. Zijn kennis op dit terrein bundelde hij in het boek Moderne Patiëntenzorg in Nederland, dat hij in 2002 samen met de plaatsvervangend hoofdinspecteur drs. Nico Oudendijk voor de gezondheidszorg schreef. Vanaf het eerste begin had het bevorderen van het onderwijs in de Sociale Geneeskunde en de Volksgezondheid zijn grote aandacht. Toen Van Londen en hij begonnen was er helemaal niets op dit terrein. Schrijvers: ‘Een grote triomf ervoer ik op 2 april 1994 toen na zeven jaar trekken en duwen de eerste medische studenten bij een GGD en een Arbodienst een verplicht co-schap Sociale Geneeskunde liepen.’ In 1999 kwam een nieuw curriculum voor de medische studenten tot stand. Tropenjaren volgden tot 2006 voor hem en zijn collega dr. Gerdien de Weert om alle uitbreidingen van het sociaal geneeskundige onderwijs bij te benen. Zijn collegestof bundelde hij in 1997 en na verschillende drukken in 2002 in het boek Een kathedraal van Zorg en in de Engelse variant daarvan Health and Health Care in the Netherlands. Per 1 juli 2007 gaan de onderzoeksactiviteiten van Schrijvers over in de Unit Innovaties in de Zorg binnen het Julius Centrum, dat hij in 1996 met collega prof. Rick Grobbee oprichtte. Zijn aandacht blijft liggen bij Disease Management en Spoedzorg. Schrijvers: ‘Ik begrijp nog steeds niet helemaal hoe die kleine structuren binnen Disease management en spoedzorg precies functioneren. Er is tegenwoordig ook veel uitwisseling met collega’s in Noord Amerika en elders in Europa. Dat verrijkt het inzicht in hoge mate. Elk land is op dit terrein een laboratorium voor een ander land..Voorlopig heb ik mijn handen vol aan de nieuwe Unit. Toch zou ik nog twee boeken willen schrijven.Het ene krijgt als titel, De gemoderniseerde kathedraal van zorg. Het tweede boek moet gaan over ondernemersschap en gelijke toegang tot de zorg. Beide zijn belangrijk maar o zo moeilijk te combineren. Hierbij zou ik de kennis van macro econoom weer kunnen gebruiken.’ Als oud hoogleraar Public Health en gezondheidseconoom bij het UMC Utrecht. geeft hij met zijn nieuwe boek ‘Zorginnovatie volgens het Cappuccinomodel.’ zijn visie hoe de gezondheidszorg eruit zou kunnen zien in een maatschappij met schaarste aan zorg. Het boek is bestemd voor het middenkader van zorgorganisaties. Naast schrijver van boeken en artikelen over de gezondheidszorg is Guus lid van enkele stuurgroepen en begeleidingscommissies en geef ik lezingen en workshops. Guus Schrijvers is voor voordrachten, dagvoorzitterschappen, interviews en onderzoeksopdrachten te bereiken via mail@schrijvers.nl en telefonische via zijn secretaresse Annet Esser op telefoonnummer 030 250 9359.