Feiten en Fabels over patientgegevens

Op maandag 5 november 2012 start de landelijke campagne om Nederlanders te informeren over het elektronisch uitwisselen van medische gegevens via de zogenaamde zorginfrastructuur. Huisartsen en apotheken vragen aan hun patienten of zij ermee instemmen dat hun belangrijkste medische gegevens
worden gedeeld met andere zorgverleners op het moment dat daar noodzaak voor is.

Door middel van advertenties en folders worden patienten geïnformeerd waarom artsen en apotheken medische gegevens elektronisch uitwisselen, en hoe men toestemming kan geven.

Patientenfederatie NPCF is blij dat mensen nu de keuze hebben om wel of niet in te stemmen met elektronische uitwisseling van hun medische gegevens. “Goede voorlichting is daarbij essentieel,” vindt Wilna Wind, directeur van patientenfederatie NPCF. “Er is veel onduidelijkheid als het om uitwisseling van patientgegevens gaat. Er gaan ook veel spookverhalen en doemscenario’s als het om de veiligheid gaat. Wij vinden dat mensen recht hebben op goede informatie, zodat ze goed geïnformeerd een keuze kunnen maken om wel of niet in te stemmen met elektronische uitwisseling.

Patientenfederatie NPCF zet een aantal fabels en feiten op een rij.

Fabel:
De medische gegevens van alle Nederlanders die toestemming geven, worden allemaal verzameld in een grote database. Als het nodig is kunnen artsen en apothekers inloggen om de gegevens van patienten te raadplegen.

Feit:
Er is geen sprake van een grote database vol patientgegevens. De gegevens worden ook niet via internet uitgewisseld, maar via een apart en goed beveiligd netwerk’; de zorginfrastructuur. Huisartsen, apothekers, huisartsenposten en ziekenhuizen mogen hun systemen aansluiten op deze
zorginfrastructuur als ze aan strenge eisen voldoen.

bron: NPCF