IGZ wil definitieve doorhaling BIG register voor Osse arts R.W.

0
502

De Inspectie voor de Gezondheidszorg wil een primair een definitief beroepsverbod voor de Osse huisarts R.W die in 2001 en 2007 is veroordeeld voor bezit, verkrijgen en bekijken van kinderporno. Het beroepsverbod is nodig omdat de inspectie zonder de doorhaling niet kan garanderen dat de veroordeelde Osse arts niet meer in de fout gaat of toch zijn werkzaamheden als arts weer zal hervatten.  Vandaag diende de tuchtzaak bij het regionaal tuchtcollege gezondheidszorg te Eindhoven, ruim zes jaar na de laatste veroordeling van R.W.  Tijdens de tuchtzaak bleek ook dat de veroordeling in 2007 nooit heeft geleid tot een definitieve doorhaling of tijdelijke beroepsbeperking. IGZ is van mening dat de privégedragingen van de arts de professionaliteit en zijn integriteit jegens minderjarige patiënten ernstig zal schaden en wil alsnog orde op zaken stellen. Mede vanwege de eerdere signalen van vermeend kindermisbruik en kinderporno die de IGZ in de periode 1992 – 1996 kreeg over R.W.

tuchtcollege De IGZ ontving in 1992 een melding van een vertrouwensarts kindermishandeling dat de Osse arts tijdens een consult een 14-jarige jongen seksueel zou hebben benaderd en op 14 augustus 1996 ontving de inspectie een melding van een RIAGG van een ernstig vermoeden van grensoverschrijdend seksueel gedrag door R.W. ten opzichte van een zeventienjarige patiënt. Van beide meldingen kon destijds niet worden vastgesteld of het daadwerkelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag betrof. De Osse huisarts verweet IGZ wel erg laat te komen met de tuchtzaak. En vergeleek zijn zaak met die van de huisarts uit Tuitjenhorn.

Ook bleef er twijfel of R.W. nou wel of niet recepten na 2001 had uitgeschreven en of hij tijdens zijn vierjarige schorsing medische handelingen had verricht. Ook R.W. was niet erg expliciet en zij vooral dat als je geschorst bent je geen medische handeling kan verrichten. Hetgeen voor meerdere uitleg vatbaar lijkt.

Tijdens de tuchtzaak bleef onduidelijk of R.W. ooit een behandeling heeft gehad na de veroordeling voor zedendelicten. Een behandeling voor zedendelinquenten is in Nederland gebruikelijk. En is zeker voor zorgprofessionals meer dan wenselijk. Voor het tuchtcollege weigerde R.W. te verklaren of hij ook deze behandeling had gekregen. Jammer genoeg ging het tuchtcollege niet verder in het feit of R.W. nu wel of niet is behandeld voor zijn zedendelicten. De Osse huisarts weigerde te antwoorden gaf als reden dat het antwoord wat hij zou hebben gegeven weer als informatie tegen hem zal worden gebruikt.

De arts liet tijdens de rechtszaak ook weten dat hetgeen hem wordt verweten niet onder het tuchtrecht kan vallen. Hij was immers als sinds 2001 niet meer werkzaam als arts en dan kan hij onmogelijk nu nog voor de tuchtrechter ter verantwoording worden geroepen. R.W. zegt zelf verantwoordelijk te zijn voor zijn gedragingen en dat een tuchtcollege hier niet over hoeft te oordelen. Zoals de gedaagde arts het zelf zei, je kan moeilijk iemand die gestopt is met roken opleggen dat hij niet meer mag roken. R.W. zegt zichzelf voldoende in de hand te hebben zodat hij niet meer als arts zal gaan werken en daarmee zijn risico op een recidief verder verkleint. De Osse arts W. is hij van mening dat zijn gedrag niets te maken heeft met zijn registratie als arts. Hij heeft het recht als arts ingeschreven te staan is een recht dat hij heeft verworven door met goed gevolg het artsenexamen af te leggen. Hem dat ontnemen is de grootste vernedering die hem zou overkomen, zo stelt de arts uit Oss. IGZ is het niet eens met de stellingen van R.W., omdat de pedofiele geaardheid tijdens de uitoefening van het werk blijft bestaan en een blijvend risico vormen. IGZ stelt dat zij handelt in het patiëntenbelang omdat kinderen, maar ook de ouders erop moeten kunnen vertrouwen dat hun kind, zeker in zijn afhankelijke positie bij ziekte, de benodigde zorg krijgt van een arts zonder bijbedoelingen of pedofiele gevoelens. IGZ stelt dat dan ook dat er bij R.W. sprake is van structureel grensoverschrijdend gedrag omdat de huisarts die in 2001 en 2007 werd veroordeeld voor het bezit, verkrijgen en bekijken van kinderporno en ontucht met minderjarigen. W. verklaarde al sinds 2001 niet meer te werken als arts maar liet na de tijdelijke schorsing toch weer inschrijven als arts. W. weigerde te vertellen met welke intentie hij dat had gedaan.

Saillant details was dat sinds de tweede veroordeling in 2007, inspectie niet op de hoogte bleek te zijn van de veroordeling voor kinderporno van de Osse arts, tot dat dit begin dit jaar via MedicalFacts het aan het licht werd gebracht.  Aanleiding van het onderzoek van MedicalFacts waren de gebeurtenissen rond de zaak Jansen Steur. Ook in de zaak van Jansen Steur werd pijnlijk duidelijk dat de koppeling tussen strafrecht en tuchtrecht ernstige te wensen over laat en IGZ zorgverleners ondanks ernstige delicten ongemoeid laat met alle risico’s van dien.

De Osse huisarts wordt door IGZ verweten de tweede tuchtnorm te hebben overtreden door als arts thuis veelvuldig kinderpornografisch materiaal te hebben verkregen, in bezit te hebben gehad en te hebben bekeken en “hands on” gedrag te hebben vertoond in zijn werkzaamheden als arts De IGZ stelt dat er bij R.W. sprake is van pedofiele geaardheid waaraan hij niet alleen passief uiting heeft gegeven. IGZ acht het aannemelijk dat er ook risico’s zijn voor minderjarige patiënten en hun ouders zo lang R.W. zijn bevoegdheid als arts blijft behouden. Daarom eist IGZ een definitieve doorhaling van de BIG registratie van R.W.

Ondanks de gepresenteerd feiten die net door de Osse huisarts werden weerlegt, stelt hij het slachtoffer te zijn van karaktermoord door de inspectie. “Ik werk als sinds 2001 niet meer als arts en ik ben dat ook niet van plan. Ik heb mijn straf uitgezeten en daarmee is het klaar”. R.W. eist dat de inspectie de publicaties over het bevel en de aantekening in het artsenregister verwijdert. De Osse huisarts zegt na de publicaties een kogelbrief te hebben ontvangen.

De tuchtzaak die vandaag diende, vertoont sterke gelijkenissen met de tuchtzaak bij  het Tuchtcollege van de Gezondheidszorg van Den Haag. Afgelopen week oordeelde het Haagse tuchtcollege dat de kinderverpleegkundige in zijn bevoegdheid moet worden beperkt als kinderverpleegkundige wegens het bezit en veelvuldig bekijken van kinderporno. Ook hij mag niet meer met kinderen werken.

Sinds 7 augustus mag de Osse huisarts op basis van een tijdelijk bevel geen kinderen meer behandelen. De tuchtrechter doet op 8 januari uitspraak.

Janine Budding, MedicalFacts