De machteloze anti-tabaksmaatregelen van staatssecretaris Van Rijn

roken-horeca-200x183In zijn jongste nota over tabak neemt staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn alweer geen adequate maatregelen om te voorkomen dat jeugdigen gaan roken. Beslissingen schuift hij voor zich uit en de Tweede Kamer wordt aan het lijntje gehouden.

Sinds 2010 vinden er jaarlijks zo’n 4000 “gerichte controles” plaats op overtreding van het rookverbod in de horeca en “die hebben geresulteerd in 4548 boetebeschikkingen”. Dat schrijft staatssecretaris Van Rijn in zijn nota over het rookverbod die hij op 22 mei naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Dat is natuurlijk maar een fractie van het aantal overtredingen.

In restaurants steekt vrijwel niemand meer een sigaret op. De boosdoeners zijn discotheken en cafés – hoewel daar wel vooruitgang in zit, schrijft Van Rijn. “In de jaren 2010 en 2011 hield ongeveer de helft van deze sector zich niet aan het rookverbod. Thans nog steeds bijna 30% niet, wat neerkomt op ongeveer 2770 bedrijven.”

Van Rijn is voorstander van hogere boetes. Hij suggereert dat de maximale boete 19.500 euro zou kunnen worden (nu is dat 4.500 euro) om de “hardnekkige groep veelplegers” af te schrikken: de bijna 2800 cafés en discotheken waar nog steeds wordt gerookt.

Kleine cafés
Veelplegers zijn vooral de kleine cafés, schrijft Van Rijn. Het valt op dat hij daarbij een link legt naar de actie van stichting Red de kleine Horeca Ondernemer (KHO), de actiegroep die destijds de kleine cafés opjutte om het rookverbod te overtreden. Van Rijn: “Vooral in de jaren 2008 en 2009 hebben veel van deze bedrijven in georganiseerd verband, onder andere de organisatie ‘Red de kleine horecaondernemer’, met het openlijk overtreden van het rookverbod de publiciteit gezocht. Ook nu wordt in deze bedrijven nog steeds frequent het rookverbod overtreden.”

Zijn eigen PvdA-fractie heeft hem in dit verband gewezen op een artikel op deze site, deel 2 van de serie “Frontsoldaten van de tabak”. Daarin staat dat ervaren tabakslobbyisten deze stichting hebben opgezet en dat de tabaksindustrie meedacht met het bestuur over de strategie. De toenmalige secretaris van Red de kleine Horeca Ondernemer, Ton Wurtz, is de voorman van Stichting Rokersbelangen en krijgt daarvoor jaarlijks geld van de tabaksfirma’s.

In de nota schrijft Van Rijn over deze TabakNee-serie: “De regering is bekend met de artikelenreeks van journaliste Stella Braam.” Maar: “Ik laat de verantwoordelijkheid voor het gestelde in het artikel bij de journaliste en heb daarop geen commentaar.” Oftewel, Van Rijn sluit zijn ogen moedwillig voor de rol van de tabaksindustrie. Hij wil de invloed van de gecamoufleerde tabakslobby, zie dit artikel op deze site, niet aan de orde stellen. Een lobby die nu voor het behoud van de verkooppunten pleit, zie de serie Het tabakssyndicaat op deze site. CBL, de koepel van supermarkten, voert deze lobby aan.

Litouwen
De supermarkten huiveren bij het idee dat ze geen tabak meer zouden mogen verkopen. Dat is begrijpelijk: samen met Litouwen staat Nederland in Europa aan de top voor wat betreft de verkoop van tabak in de supermarkten. 58 Procent van de rokers in Nederland koopt daar zijn tabak, zo blijkt uit de Special Eurobarometer 38.

De supermarkten hebben grote commerciële belangen om de tabaksverkoop te behouden. In 2012 is tabak ruim vertegenwoordigd in de Top 100 – merken van de supermarkten. Tabak is er goed voor een omzet van een kleine 1,4 miljard euro per jaar. Marlboro en Pall Mall staan zelfs in de Top Tien, zo blijkt uit dit artikel. Zo’n omzet wil je niet graag kwijt. Tabak is één van de meest rendabele producten per vierkante meter in de supermarktbranche, zie dit nieuwsbericht op deze site.

Verontrustend
In het laatste deel van zijn nota gaat Van Rijn in op de naleving van de leeftijd waarop je tabak mag kopen. De naleving van tabaksverkopers noemt hij “absoluut nog onvoldoende”. Maar Van Rijn ziet ook goede ontwikkelingen. Hij wijst op onderzoek uit 2009 waar “slechts 9% van alle jongeren onder de 16 jaar zich aan een aankooppoging waagde. In 1999 was dat nog 26%.” Los van het feit dat dit verouderd onderzoek is en bestond uit telefonische enquêtes waarbij sociaalwenselijke antwoorden op de loer liggen, verzuimt Van Rijn recent onderzoek te noemen van het RIVM.

Toen TabakNee dit RIVM-onderzoek eens goed onder de loep nam, bleek dat er een verontrustend hoog aantal jeugdigen rookt. Maar liefst 35 procent van de jongeren tussen de 15 tot en met 19 jaar heeft de afgelopen maand gerookt.

Eerst een onderzoek
En waar kochten die jongeren hun tabak? Zeven van de tien jonge rokers koopt die in de supermarkt, gevolgd door het benzinestation (41 procent). Weer een argument om de verkoop te beperken tot de tabaksspeciaalzaak.

Maar daar wil Van Rijn niet aan, zo blijkt, opnieuw, uit deze nota. Het effect moet eerst worden uitgezocht en wel “in het onderzoek dat ik eerder heb aangekondigd naar de gevolgen van het terugdringen van het aantal verkooppunten van tabaksproducten”. Over het wie en wat van dit onderzoek tast iedereen in het duister.

Zulk onderzoek is overigens allang gedaan. Tegen TabakNee zei expert op het terrein van nalevingsonderzoek leeftijdsgrenzen dr. Joris J. van Hoof eerder: “Uit onderzoek blijkt dat het aantal verkooppunten, dus de fysieke beschikbaarheid, één van de voorspellers is van consumptie. Oftewel, hoe makkelijker beschikbaar een product is, hoe meer het wordt geconsumeerd.” Van Hoof is als gedragswetenschapper verbonden aan de Universiteit van Twente.

Nogal treurig
Vooralsnog houdt Van Rijn de Tweede Kamer voor dat het “tabaksteam” van 45 parttime werkende studenten ervoor zal zorgen dat de verkopers in de ruim 60-duizend verkooppunten zich aan de wet houden, dus niet aan tieners onder de 18 verkopen.

Als je er over nadenkt, is het allemaal nogal treurig. Van Rijn doet z’n best om de leeftijdsgrens van tabak te handhaven. Maar dat laat onverlet dat jongeren nog steeds makkelijk aan sigaretten kunnen komen en rustig door kunnen paffen. Niet alleen het aankoopbeleid moet worden aangepakt, maar ook het roken zelf – en dat lukt alleen door tabak voor jongeren onbetaalbaar te maken.

Van Rijn lijkt vooral bezig te zijn om beslissingen voor zich uit te schuiven. Zijn eigen PvdA wil waarschijnlijk wel echte maatregelen nemen. Het is coalitiepartner VVD die, als zo vaak op dit dossier, dwars ligt. In die partij hebben ze meer compassie met het bedrijfsleven dan met de verstokte roker die zich dood rookt.

Bron: TabakNee