UNIT4 Cura krijgt als eerste zorginformatiepakket een Groene Vink voor iWmo

ICTZorginformatiesysteem van UNIT4 voldoet aan de landelijke specificaties voor berichtenverkeer
Zorginstituut Nederland (ZINL) heeft aan UNIT4 Cura als eerste zorginformatiesysteem van Nederland de Groene Vink toegekend voor de informatie-uitwisseling in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De software van UNIT4 voldoet hiermee aan de landelijke specificaties voor informatie-uitwisseling in het kader van de Wmo.

De Groene Vink vormt een onderdeel van de kwaliteitsborging die het ZINL voor de implementatie van iWmo heeft ingericht. In het kader daarvan kunnen softwareleveranciers hun softwareoplossing laten testen. De Groene Vink die UNIT4 Cura heeft ontvangen, bewijst dat het systeem de tests goed heeft doorstaan en dus in staat is om met de gemeentelijke systemen te communiceren volgens de gestelde technische specificaties.

Zorgorganisaties die per 1 januari 2015 werken met versie 10.1 van UNIT4 Cura, kunnen geautomatiseerd berichten uitwisselen met de gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de zorgfinanciering van hun clienten. Daarmee besparen zorgorganisaties een hoop administratieve handelingen.

UNIT4 werkt aan functionaliteit die zorginstellingen in staat stelt om ook het declaratieverkeer tussen UNIT4 Cura en gemeenten te automatiseren. Deze functionaliteit is binnenkort beschikbaar.

Hans ter Brake, product marketing manager Gezondheidszorg bij UNIT4: “Wij anticiperen op veranderingen in de gezondheidszorg. Het is daarom van groot belang dat onze klanten naadloos kunnen voldoen aan wijzigingen in zorgverantwoording en –financiering. We hebben alles op alles gezet om UNIT4 Cura zo snel aan te passen aan de specificaties die ZINL heeft opgesteld. Zorgorganisaties kunnen erop vertrouwen dat ze met UNIT4 Cura per 1 januari 2015 volledig klaar zijn voor veranderingen in de zorgverantwoording en –financiering in het kader van de decentralisatie van de zorg (zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning en jeugdwet).”