Onstilbare honger in de hersenen

0
787

Zijn mensen met obesitas ‘gevangenen’ van hun eigen brein? Hoogleraar Inwendige geneeskunde Mireille Serlie ontdekte dat overgewicht kan leiden tot veranderingen in de hersenen die zorgen voor een bijna onstilbaar hongergevoel. “Deze mensen zijn niet zwak, hier is bijna niet tegen te vechten.”

Mensen met overgewicht die op hun buik aan de beademing liggen, volledig onder narcose. Met pijn in het hart verneemt Mireille Serlie aan het begin van de coronacrisis dat heel wat Covid-19-patiënten op de intensive care ook aan obesitas lijden. Met nog meer droefheid kijkt ze naar de discussies die volgen in talkshows. Jort Kelder vraagt zich openlijk af of de economie écht moet worden stilgelegd vanwege tachtigplussers met overgewicht.

“De beeldvorming over obesitas is zo verkeerd”, zegt Serlie. “Mensen met overgewicht worden gezien als zwak, het is hun eigen schuld. Maar steeds meer onderzoek wijst juist het tegendeel uit. Er is veel meer aan de hand.”

Als iemand het kan weten, is het Serlie. Bij haar onderzoek naar obesitas kijkt ze niet alleen naar voeding. Ze zoekt dieper: in de hersenen, tot in gebieden waar eetgedrag wordt aangestuurd. Deze aansturing zorgt ervoor dat mensen gaan eten als het nodig is en stoppen als ze voldoende calorieën hebben binnengekregen. Samen met haar collega’s Susanne La Fleur en Jan Booij kwam Serlie tot een interessante hypothese: hebben mensen met obesitas blijvende veranderingen in diepgelegen hersenkernen waardoor ze bijna niet meer kunnen stoppen met eten?

Functioneel andere hersenen

Serlie raakte geïnteresseerd in de relatie tussen de hersenen, de stofwisseling en het lichaamsgewicht toen ze in een verloren uurtje op een congres AMC Magazine las (voor de fusie met VUmc het blad van het Academisch Medisch Centrum, red.). Ze stuitte op een artikel over diepe hersenstimulatie bij mensen met een ernstige dwangstoornis. Hierin vertelde psychiater Damiaan Denys over de eerste resultaten van deze methode, waarbij een stukje in de hersenen elektrisch wordt gestimuleerd dat heel dicht bij het striatum ligt, het zogenaamde beloningsgebied. Dat trok de aandacht van Serlie, omdat beloning een belangrijke rol speelt bij eetgedrag. Elektrische stimulatie bleek dopamine te verhogen, en dat is een belangrijke signaalstof die betrokken is bij hoe, wat en waarom we eten en drinken.

“Op het congres had ik toevallig net geluisterd naar een verhaal over de rol van een ander gebied in de hersenen, de hypothalamus, bij zowel eetgedrag als de suikerstofwisseling.” Het lag voor de hand te denken dat het striatum ook een dergelijke rol zou vervullen. “Daarom heb ik Denys meteen gevraagd of wij de suikerstofwisseling mochten meten bij zijn patiënten.”

Meer eten om dezelfde beloning te voelen

Dat mocht. Serlie merkte al snel dat haar vermoeden klopte: bij patiënten die voor hun dwangstoornis diepe hersenstimulatie ondergingen, was de bloedsuikerregulatie beter. Ook viel op dat mensen met overgewicht minder dopamine-afgifte hadden in het striatum tijdens diepe hersenstimulatie en dat zij minder gunstige effecten hadden op de bloedsuikerregulatie. Deze observatie leidde tot een tweede vraag: zijn de hersenen van mensen met obesitas functioneel anders dan die van mensen met een gezond gewicht?

Samen met haar collega Jan Booij besloot Serlie hersenscans te maken van mensen met ernstig overgewicht, zodat ze het dopamine-systeem van het striatum kon onderzoeken. “Wat we toen zagen, was opvallend: mensen met ernstig overgewicht hebben een verminderde werking van hun beloningssysteem. Dat concept staat bekend als het reward deficiency syndrome: deze mensen moeten meer eten om eenzelfde beloning te voelen dan personen met een normaal gewicht.”

“Mensen met overgewicht worden gezien als zwak, het is hun eigen schuld. Maar steeds meer onderzoek wijst juist het tegendeel uit.”

Ander onderzoek uit de groep van Serlie liet zien dat het serotonine-systeem, betrokken bij onder andere het verzadigingsgevoel, ook veranderd is bij mensen met overgewicht. De motivatie om te eten én het signaal dat je vol zit, zijn verstoord. Dat verklaart ook waarom afvallen op eigen kracht zo moeilijk is: de hersenen geven juist signalen af dat er meer gegeten moet worden. Er is aangetoond dat als je proefpersonen met overgewicht foto’s van hamburgers of een stuk taart laat zien, de hersengebieden betrokken bij eetgedrag actiever worden dan bij mensen met een gezond gewicht. Het lijkt er op dat de hersenen deze mensen aansporen om te eten en naar voedsel te zoeken.

Maar als mensen met obesitas daadwerkelijk eten binnen krijgen, gebeurt gek genoeg het omgekeerde. Net afgerond onderzoek uit de groep van Serlie laat zien dat beloningsgebieden in de hersenen van mensen met obesitas minder sterk reageren op voedsel. Waardoor ze dus blijven eten.

Zo geboren?

“Je vraagt je dan af: zijn deze mensen zo geboren en zijn ze daarom zo vatbaar voor het ontwikkelen van obesitas? Of is het beloningssysteem in hun hersenen veranderd door hun eetgedrag?”, aldus Serlie.

Om hier achter te komen, volgde ze enkele proefpersonen met ernstig overgewicht na een maagverkleining. Pas na heel veel gewichtsverlies herstelde hun dopamine-systeem zich enigszins. “Het lijkt alleen mogelijk om de veranderingen in het systeem ongedaan te maken met rigoureuze ingrepen zoals een maagverkleining.”

Geen snacks in de avond

Kortom: overgewicht terugdringen door minder te eten is voor mensen met obesitas waarschijnlijk vechten tegen de bierkaai. “Je moet je voorstellen dat ons eetgedrag sterk is verankerd in onze hersenen. De signalen om te gaan eten zijn zeer krachtig, want als je niet eet, dan ga je dood. Dat is vanuit evolutionair oogpunt uitermate ongunstig. Bij mensen met obesitas zijn bepaalde hersengebieden veranderd, waardoor deze signalen nóg krachtiger worden. Dat leidt tot meer eten dan goed voor ze is.”

De volumeknop van het hongersignaal in je hersenen gaat natuurlijk niet zomaar omhoog. Bij welk eetgedrag loop je nu het meeste risico om de beloningscentra in je brein blijvend te veranderen? Ook daar deed Serlie samen met La Fleur onderzoek naar.

Snacken

Het bleek dat met name snacken een effect had op de hersenen. Scans bij mannen die ongezonde tussendoortjes eten, toonden een verandering in het serotonine-systeem, dat betrokken is bij het verzadigingsgevoel. “Dat fenomeen zagen we eerder al op scans van mensen met obesitas. Snacken is dus echt risicovol”, zegt Serlie.

Ook het tijdstip waarop je eet, maakt uit voor je hersenen. Uit een andere studie van Serlie en La Fleur bleek dat het afvallen beter gaat als je het grootste deel van de calorieën die je dagelijks mag, in de ochtend binnenkrijgt. Mri-beelden van mannen die vooral in de ochtend aten, lieten een verbetering zien in de reactie op foto’s van ongezond eten. “Jezelf ‘s avonds volstoppen met snacks is dus niet slim.”

“Op scholen wordt om 10 uur vaak al een eetmoment ingelast voor een tussendoortje. Iets wat totaal niet nodig is.”

Tegelijkertijd benadrukt Serlie dat we in een maatschappij leven waarin ongezonde eetgewoontes van jongs af aan worden ‘ingeprent’ in onze hersenen. “Op scholen wordt om 10 uur vaak al een eetmoment ingelast voor een tussendoortje. Iets wat totaal niet nodig is. Als kinderen ouder zijn, racen ze na school nog even langs een fastfoodrestaurant en s ’avonds moeten ze hun bord leegeten. Werkt ook niet.”

Nu blijkt dat ongezonde eetgewoontes het brein van mensen in zekere zin kunnen manipuleren, kun je je afvragen in hoeverre je mensen persoonlijk verantwoordelijk kunt houden voor overgewicht. “Natuurlijk is er eigen verantwoordelijkheid, zeker zodra je volwassen bent”, zegt Serlie. “Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om niet hongerig naar de supermarkt te gaan, en vooraf te bepalen wat je koopt. Je kunt meer bewegen en andere gezonde keuzes maken, maar dat is niet voor iedereen haalbaar.”

Ongelijke strijd

Ze benadrukt ook dat niet iedereen even gevoelig is voor obesitas. “Sommige mensen kunnen schijnbaar alles eten zonder dat ze te zwaar worden. Dat heeft met veel factoren te maken, maar als je pech hebt en jouw hersenen wel veranderen onder druk van al het eten, wordt het een ongelijke strijd met je eigen brein. Uiteindelijk krijgen deze mensen niet alleen overgewicht, maar worden ze ook kwetsbaarder voor andere ziektes zoals suikerziekte. En hebben ze meer kans op een slechter beloop van een ziekte als covid-19. Het is dus niet per se hun eigen schuld dat ze nu op de IC liggen.”

Zelf ziet Serlie obesitas inmiddels dan ook als een maatschappelijk probleem. Ze vergelijkt ongezond voedsel graag met alcohol en tabak, producten waar de hersenen ook hongerig naar kunnen worden. “Ik moest een keer op cursus bij bureau Halt, omdat mijn dochter op minderjarige leeftijd biertjes stond te drinken. De aanwezige ouders werd een doemscenario geschetst van de verwoestende effecten van alcohol op de hersenen, waarna de meesten vertwijfeld de zaal verlieten en zich afvroegen of het ooit nog goed zou komen met die kinderen. Waarom niet ook wat agressiever voorlichten over de gevolgen van ongezond snacken?”

Tijdstip maaltijden aanpassen

De nieuwe inzichten over de neurowetenschappelijke kant van overgewicht kunnen ook leiden tot betere behandelingen van mensen die al te zwaar zijn. Zo wil Serlie af van het idee dat alleen het aantal calorieën bepaalt of iemand te dik wordt.

“Het is belangrijk dat we behandelingen persoonlijker maken. Soms kun je iemand al helpen door alleen het tijdstip van maaltijden aan te passen. Misschien kunnen we ooit diepe hersenstimulatie toepassen om ervoor te zorgen dat de hersenen van patiënten met ernstig overgewicht anders gaan reageren op voedsel. We moeten beseffen dat overgewicht niet alleen in de maag ontstaat, maar ook in de hersenen.”

Tekst: Dennis Rijnvis AmsterdamUMC