NZa stelt regeling Stoppen Met Roken vast

0
314

Vanaf 1 januari 2011 valt een programmatische aanpak van Stoppen Met Roken (SMR) onder de Zorgverzekeringswet. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in een regeling beschreven om welke prestaties het gaat. Ook is vastgelegd dat het om een vrij tarief gaat.

De nieuwe regeling geldt vanaf 1 januari 2011. De Vektis-codes voor de verschillende prestaties worden op korte termijn door Vektis vastgesteld en op de LHV-website gepubliceerd.

Prestatie Stoppen Met Roken
De nieuwe regeling omvat geneeskundige zorg zoals huisartsen, medisch specialisten, verloskundigen en klinisch psychologen die plegen te bieden. Een SMR-programma moet in overeenstemming zijn met de zorgmodule ‘Stoppen met roken’, zoals die is opgesteld door het Partnership Stop met Roken. De bijbehorende documenten kunt u onderaan dit bericht downloaden.

Het betreft begeleiding gericht op gedragsverandering, eventueel aangevuld met farmacotherapie. Bij farmacotherapie gaat het om zowel algemeen verkrijgbare middelen (AV-middelen) als middelen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn (UR-middelen).

Er kunnen dus eigenlijk vier verschillende prestaties worden onderscheiden:

  • Begeleiding gericht op gedragsverandering;
  • Begeleiding gericht op gedragsverandering met gebruik van AV-middelen;
  • Begeleiding gericht op gedragsverandering met gebruik van UR-middelen;
  • Begeleiding gericht op gedragsverandering met gebruik van AV-middelen en UR-middelen.

Vrij tarief
Voor de prestatie SMR gelden vrije tarieven. Afhankelijk van de situatie spreken zorgaanbieders een tarief af met ketenzorgorganisaties, patienten of zorgverzekeraars van patienten. Als een huisarts een Stoppen-met-Rokenprogramma aanbiedt, dan zal hierover in de regel een overeenkomst met de zorgverzekeraar worden afgesloten, maar dat is niet verplicht. Een programma kan dus ook worden geleverd en gedeclareerd bij de patient zonder overeenkomst met de zorgverzekeraar.

Eigen risico
SMR-programma’s komen ten laste van het eigen risico. Dat geldt zowel voor patienten die een SMR-programma als onderdeel van ketenzorg ontvangen als voor patienten die geen ketenzorg ontvangen. De zorgverzekeraar verrekent de vergoeding voor het programma met het eigen risico van de verzekerde.

Relatie met ketenzorg
Als u een SMR-programma via een integraal bekostigde ketenzorgorganisatie (zorggroep) aanbiedt aan een ketenzorgpatient, dan ontvangt u de vergoeding daarvoor via de ketenzorgorganisatie (de zorggroep). In alle andere gevallen ontvangt u de vergoeding voor het programma dus van de patient of van de zorgverzekeraar van die patient.
Meer over de relatie met ketenzorg

Integraal tarief
Een zorgaanbieder die een SMR-programma aanbiedt (de zogenaamde hoofdcontractant) declareert zowel voor de gedragsmatige ondersteuning als voor de farmacotherapie.
De LHV is erg ongelukkig met deze integrale bekostiging van SMR. Voor huisartsen die hoofdcontractant zijn leidt deze namelijk tot onnodige en onacceptabele administratieve lasten. Voor 2011 geldt overigens een overgangsregeling en mag farmacotherapeutische ondersteuning nog apart worden gedeclareerd. De zorgverzekeraar moet dan bewaken dat de kosten van farmacotherapeutische ondersteuning alleen worden vergoed in combinatie met een SMR-programma.
Meer over het integrale tarief

Downloads
NZa: Circulaire Stoppen met Roken en Ketenzorg (pdf)

Samenvattingskaart Zorgmodule SMR (pdf)

Zorgmodule SMR (pdf)

Bijgewerkte versie bijlage 3 Zorgmodule SMR (pdf)

Bron: LHV