Zorg op maat: De behandeling van peesletsel

0
2519

Steeds meer zorgverleners komen tot het besef dat we in de hedendaagse zorg een “taylor-made” behandeling dienen te geven. Er heeft de afgelopen decennia een duidelijke shift plaatsgevonden van aanbodgestuurde zorg naar vraaggestuurde zorg, oftewel de wens van de patient is centraal komen te staan. Vraaggestuurde zorg is echter niet alleen het aanbieden van de interventie die de patient wenst, vraaggestuurde zorg is vooral het rekening houden met persoonlijke kenmerken van de patient en zijn aandoening om op die manier zorg op maat te kunnen leveren. Dit geldt in het bijzonder voor peesaandoeningen, die bekend staan om hun langdurige hersteltraject en slepend karakter, met zorg op maat kunnen echter een stuk meer patienten snel van hun klachten af komen.

Peesletsel, of je het nou in medische termen als tendinitis, tendinose of tendinopathie beschrijft, we bedoelen hetzelfde: Een fysiologische lokale aanpassing van het lichaam op een overbelastingsprikkel. Echter, de ene diagnose is de andere niet. In hun artikel in 2008 hebben Cook en Purdam (BMJ, 2008) het zeer treffend beschreven: De behandeling van peesletsels is vaak nog erg universeel, terwijl er een duidelijke indeling gemaakt kan worden op basis van klinische en radiologische symptomen. Zij stelden in hun artikel een model voor waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen drie verschillende stadia in een peesaandoening:

1. Reactieve fase: reversibele fase waarin de pees zich fysiologisch aanpast op overbelasting.
2. Dysrepair fase: reversibele fase waarin de symptomen uit fase 1 verhevigen.
3. Degeneratieve fase: irreversibele fase waarin er sterke fysiologische veranderingen in het weefsel plaatsvinden.

Op basis van deze grove maar zeer duidelijk indeling kan er veel makkelijker een keuze worden gemaakt voor een interventie op maat. Met een efficient verwijs- en behandelbeleid krijgt elke patient op deze manier zorg op maat en zullen resultaten sterk verbeteren.

Hoewel rust houden door fysiotherapeuten vaak als een inadequate interventie wordt benoemd zit er wel een logische gedachte achter deze “interventie”. In stadium I en II van een peesaandoening (of tendinose) is een aanpassing van de belasting vaak voldoende, zo zeggen ook Cook&Purdam. Hoewel totale rust niet nodig is, is het begrijpelijk dat deze interventie meegenomen wordt, ook symptoom bestrijdende interventies als Corticosteroïde injecties en NSAID’s zouden hier een rol kunnen spelen. Echte uitgebreide fysiotherapeutische en medische interventies zijn vaak pas geïndiceerd aan het einde van stadium II en in stadium III. Daar waar het lichaam zelf geen adequate herstelreactie meer op gang kan brengen zal een prikkel van buitenaf dit moeten doen. In deze fase beschikt de behandelaar nog steeds over een uitgebreid scala aan interventies en zal hij een keuze moeten maken op basis van persoonlijke kenmerken van zijn patient. Enkele mogelijkheden hier zijn: Excentrische oefentherapie, Shock wave therapie of Operatie.

Het wordt dus steeds belangrijker om op basis van radiologische en klinische informatie een keuze te maken voor een bepaalde interventie. Op deze manier zal er steeds meer kennis en evidence beschikbaar komen om zorg te kunnen leveren die steeds beter op maat zal zijn.

Voor een uitgebreide toelichting op het model van Cook&Purdam verwijs ik u graag naar hun artikel:
Cook JL, Purdam CR. Is tendon pathology a continuüm? A pathology model to explain the clinical presentation of load-induced tendinopathy. Br J Sports Med 2009; 43: 409-16. doi:10.1136/bjsm.2008.051193

[twitter-Florisgoes link="yes"]